Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) ondervroeg minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) over de strengere normen voor persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s).

Om de negatieve gevolgen van persistente organische verontreinigende stoffen, beter bekend als POP’s, in afval- en reststromen te verminderen, legde de Europese Commissie immers een wijziging van de POP-verordening voor aan het Europees Parlement. Het is een van de prioriteiten die werden aangekondigd in het plan rond circulaire economie.

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat ze sinds 3 mei op de hoogte is van het standpunt van het Europees Parlement en dat er ondertussen al een eerste verkennende triloog heeft plaatsgevonden op 10 mei, waar de voorstellen van het Europees Parlement overlopen werden.

De inzichten die werden opgedaan in de parlementaire onderzoekscommissie, focusten op de emissies van PFAS in de verschillende milieucompartimenten. De herziening van de POP-verordening heeft betrekking op afvalstoffen en betreft niet alleen de opname van de grenswaarden van perfluoroctaanzuur (PFOA), maar ook voor een reeks andere stoffen, los van PFAS.

De grenswaarde van verschillende POP-stoffen in het commissievoorstel werd bepaald op basis van technische en wetenschappelijke vooruitgang. Er moeten detectie- en sorteertechnieken bestaan of op redelijke termijn beschikbaar zijn om de POP-stof aan die lage concentratie in het afval betrouwbaar te kunnen meten en te scheiden van afvalstoffen die die POP-stof niet bevatten. Het raadscompromis van maart 2022, was een evenwichtig compromis en werd ook door Vlaanderen gesteund.

Het Europees Parlement heeft recent zijn amendementen voorgelegd. In een aantal gevallen stelt het parlement grenswaarden voor die een stuk lager zijn dan het compromisvoorstel van de raad. Op dit moment is nog niet voldoende duidelijk welke onderbouwde motivatie het parlement heeft bij die strengere voorstellen. Zodra die informatie beschikbaar is, zullen we die natuurlijk ook grondig bekijken.

De groepsaanpak werd door Vlaanderen gesteund toen hij voor het eerst op een Raad Leefmilieu werd aangekondigd. Toen werd ook reeds aangegeven dat in dat kader de essentiële gebruiken enkel nog toegelaten zouden mogen blijven tot wanneer er meer verantwoorde alternatieven voor beschikbaar zijn.

Er wordt momenteel gewerkt aan het betrokken restrictievoorstel onder REACH (Registration, Evaluation, Authorization and restriction of CHemicals), dat begin 2023 ook zal worden voorgelegd aan het European Chemicals Agency. Ook Vlaanderen staat achter dit initiatief.

Stijn De Roo (cd&v): “De reden waarom het Europees Parlement een wijziging van de POP-verordening stemde, is het grotere belang van de circulaire economie. Er moet vermeden worden dat verontreinigde stoffen recirculeren.

In de komende onderhandeling is het belangrijk dat de regels globaal worden benaderd op basis van objectieve wetenschappelijke parameters.  Ik houd de minister aan haar belofte dat de definitie over het essentiële gebruik tegen de zomer rond zal zijn. Het is ook uitkijken hoe aan de slag zal worden gegaan met de aanbevelingen van de onderzoekscommissie PFAS-PFOS.

Het laatste woord is nog niet gezegd over de POP’s. Ik  blijf deze problematiek opvolgen.”

Het volledige verslag van mijn vraag vindt u hier.