Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) ondervroeg minister van Economie en partijgenoot Jo Brouns over de digitalisering van en het versnellingsprogramma voor de Vlaamse maakindustrie.

Flanders Make heeft een versnellingsprogramma voor end-to-enddigitalisering gelanceerd. De Vlaamse Regering maakt hiervoor 11 miljoen euro vrij uit de Vlaamse Veerkracht-middelen. Het programma ondersteunt zes Vlaamse bedrijven, namelijk Vandewiele, Picanol, Atlas Copco, CNH, Crops en Sabca, in de digitalisering van hun bedrijf in vijf jaar tijd.

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat voor hem het acceleratorprogramma van Flanders Make geslaagd is als volgende doelstellingen die Flanders Make vooropstelt, ook effectief gerealiseerd worden:

  • Als de key performance indicators (KPI’s) gedefinieerd door de pilootbedrijven worden behaald op het einde van het project. Dat is februari 2026. De KPI’s gaan over duurzaamheid, veerkracht en competitiviteit, en werkbaar werk, en dit alles conform de globale doelstellingen van het relanceplan Vlaamse Veerkracht;
  • Als de deelnemende pilootbedrijven met de hulp van toekomstgerichte investeringen in digitale productiepilootlijnen meerwaarde creëren voor een duurzame economie;
  • Als de deelnemende pilootbedrijven effectieve O&O-samenwerkingen (onderzoek en ontwikkeling) met leveranciers kunnen realiseren waarbij ze samen digitale bouwblokken ontwikkelen binnen een ecosysteem met in belangrijke mate kmo’s, en dat op basis van gelijklopende behoeften van de pilootbedrijven;
  • Als bestaand onderzoek van Flanders Make effectief aangewend wordt en de onderzoeksinfrastructuur van Flanders Make aangepast wordt naar de laatste stand van de techniek op basis van de noden van de deelnemende pilootbedrijven en de Vlaamse maakindustrie.

De keuze van de zes bedrijven betreft een projectvoorstel met een coördinerende rol voor Flanders Make met zes pilootbedrijven en hun leveranciers. Er werd gezocht naar een goede spreiding over verschillende sectoren: vier klassieke toonaangevende maakbedrijven, aangevuld met twee bedrijven uit andere sectoren waar de meeste uitwisseling en synergieën te verwachten vallen. Die beide bedrijven produceren in batches, waarbij traceerbaarheid dus cruciaal is. Traceerbaarheid wordt steeds belangrijker voor de meeste maakbedrijven in Vlaanderen.

Om synergieën te realiseren, zijn gelijkenissen qua noden en digitaliseringsplannen van de deelnemende bedrijven van belang. Tussen de meeste van de deelnemende bedrijven waren er reeds gekende samenwerkingsvormen. De manier van aanpak laat dankzij de rol van toeleveranciers een spreiding van de ontwikkelactiviteiten toe over heel Vlaanderen en Europa.

De accelerator, en ook de daarmee gepaard gaande overheidssteun, is specifiek en alleen gericht op pilootbedrijven en technologieleveranciers die respectievelijk werkzaam zijn in Vlaanderen en Europa. Injectie van bestaande kennis en onderzoeksresultaten van Flanders Make maakt deel uit van het project. Vlaamse en Europese leveranciers gaan mede op basis van deze injectie de nodige digitale bouwblokken ontwikkelen voor de toepassing in de verschillende pilootlijnen.

Andere productiebedrijven zullen de kans hebben om kennis te nemen van tussentijdse resultaten via marktwerking en valorisatie en disseminatie.

Leveranciers zullen zo snel mogelijk succesvolle resultaten verder willen verkopen aan derden en zullen dan ook vooral die bouwblokken ontwikkelen die zinvol zijn voor andere bedrijven. Ze moeten immers voorfinancieren en een deel van de ontwikkeling, dat is 40 procent of meer, zelf bekostigen.

Het delen van de resultaten is expliciet voorzien als een apart werkpakket in het project. Binnen dat werkpakket zullen Flanders Make en potentiële partners de gerealiseerde innovaties op de verschillende pilootlijnen en de generieke leeraspecten naar de bredere industrie valoriseren en dissemineren.

Op de bijkomende vragen van De Roo over het tijdstip van de kennisdeling en hoe de minister bedrijven zal aanzetten een globaal digitaal plan voor hun bedrijf te maken, antwoordde de minister dat het tijdstip van de kennisdeling best zo vroeg mogelijk komt. Digitalisering en maatwerk ondersteunen zijn belangrijk voor de competitiviteit.

Stijn De Roo: “Het is een zinvol versnellingsprogramma, vooral vanwege het feit dat het de hele breedte van de digitalisering gaat bekijken. Het zal de bedrijven uit de maakindustrie toelaten om nog meer op maat van de klant te gaan werken, nog meer in de lage volumes, en om de producten te gaan produceren die klanten echt nodig hebben."

Je kan het volledige verslag van mijn vraag om uitleg hier vinden.