In het advies inzake voorstellen tot administratieve vereenvoudiging van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO (HRZKMO) van december 2021 staan een aantal zeer specifieke voorstellen die moeten leiden tot eenvoudigere procedures en het verminderen van administratieve lasten.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) informeerde bij bevoegd minister Lydia Peeters (Open Vld) naar de administratieve vereenvoudiging in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, namelijk naar het voorstel ‘Vervoer van gevaarlijke goederen: ADR certificaat: “Overeenkomstig het ADR (Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg), moeten alle bestuurders van voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren, boven de drempel van vrijgestelde hoeveelheden en ongeacht de maximale toegelaten massa (MTM) van het voertuig, een geldig ADR-opleidingscertificaat hebben. De vrachtwagenchauffeurs die enkel over een verblijfsvergunning (kaart A, B, D, E) beschikken, mogen niet deelnemen aan het examen om dit ADR-certificaat te verkrijgen. De chauffeur moet immers beschikken over een identiteitskaart of paspoort, aangezien de Gewesten menen dat zij bij ontstentenis van een dergelijk document de identiteit van de chauffeurs niet kunnen controleren. Voor bepaalde niet-Europese chauffeurs, bijvoorbeeld degenen met een vluchtelingenstatuut, is het echter onmogelijk om in hun land van herkomst een paspoort te vragen. Aangezien wegvervoerder een knelpuntberoep is, zou des te meer blijk moeten worden gegeven van soepelheid en zouden de chauffeurs de mogelijkheid moeten krijgen om met een verblijfsvergunning het examen voor het ADR-certificaat af te leggen.”

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat er twee belangrijke redenen zijn dat betrokken cursist een ID-bewijs dient voor te leggen, deze staan vermeld in het ADR verdrag:

  • Alle personen die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke goederen moeten rekening houden met een aantal beveiligingsvoorschriften die tot hun bevoegdheden behoren. Zo moet Iedere persoon die tot de bemanning van een voertuig behoort, gedurende het vervoer van gevaarlijke goederen, een identiteitsbewijs op zich dragen dat voorzien is van zijn foto.
  • Het ADR stelt daarnaast dat voor deelname aan het examen de authentificatie van de kandidaat moet verzekerd worden. Dit is de vaststelling van iemands zijn identiteit. Een verblijfsdocument daarentegen geeft betrokkene, de jure, de toestemming gedurende een bepaalde periode in België te verblijven of erdoorheen te reizen. Dit document is geen identiteitsdocument. Om een verblijfsvergunning te verkrijgen dient men trouwens zijn/haar identiteit te bewijzen op basis van een paspoort of ander ID-document. Het ADR eist trouwens dat de nationaliteit van betrokkene op het certificaat moet worden aangebracht. Deze nationaliteit kan m.a.w. enkel aangetoond worden op basis van een geldig paspoort of ID-document. Voor erkende vluchtelingen hanteren we een andere procedure daar het CGVS hun paspoort/ID-document intrekt eens men is erkend. Het is dan moeilijk voor betrokkene een ID-kaart of paspoort voor te leggen. Daarom wordt voor deze categorie twee documenten gevraagd: het vluchtelingenattest, wat betrokkene automatisch ontvangt van het CGVS, waarop de identiteit van betrokkene wordt meegedeeld en hun A-kaart. Op basis van deze documenten wordt de erkende vluchteling toegelaten tot deelname aan het examen.