Met een arrest van 6 oktober 2022 met nummer RvVb-A-2223-0108 oordeelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat een college van burgemeester en schepenen niet langer mag beslissen over eigen, gemeentelijke projecten als deze project-MERscreeningsplichtig zijn.

Dit volgt, volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen, uit de Europese Project-MERRichtlijn en het ‘no conflict of interest’-principe.

Dat principe houdt in dat een vergunningverlenende overheid geen beslissingen mag nemen over dossiers waarin zij zelf zeker belangen heeft. Zij moet dus opletten voor belangenconflicten bij het beoordelen van omgevingsvergunningsaanvragen en haar taak op objectieve wijze uitvoeren. 

Fractievoorzitter Stijn De Roo stelde hierover volgende vragen tijdens de gemeenteraadscommissie:

  1. Wat zijn de gevolgen van dit arrest voor onze stad en de lopende omgevingsvergunningsaanvragen?
  2. Wat zijn de volgende stappen voor de omgevingsvergunningsaanvragen waarop dit arrest effect heeft?
  3. Welke acties zal de schepen nemen naar aanleiding van dit arrest? Wat is hiervoor de timing?

Schepen Watteeuw antwoordde:

"Het zogenoemde Wasserij-arrest van 6 oktober 2022 heeft niet alleen een belangrijke impact op dossiers van de stad (stedelijke diensten), maar ook op dossiers van de aan de stad Gent verbonden rechtspersonen. Voor de stedelijke dossiers is het arrest vrij duidelijk. Voor verbonden rechtspersonen is dit arrest minder glashelder. In het arrest worden deze rechtspersonen omschreven als aanvragers die onvoldoende “functioneel gescheiden” zijn van de Stad Gent gelet op de overlapping in de samenstelling van de organen van Stad en deze rechtspersonen. Bij elke Omgevingsvergunning zal de aanvrager dus moeten onderzoeken in welke mate zijn/haar organisatie aan deze voorwaarden voldoet, m.n. de overlapping van personen in bestuursorganen van de verbonden rechtspersoon en de Stad Gent. In de mate dat er geen (noemenswaardige) overlap in de bestuursorganen van stad en organisatie is, lijkt dit arrest niet op die organisatie van toepassing.

Als een aanvraag onder de voorwaarden van het arrest valt moet de aanvraag omgevingsvergunning bij de provincie worden ingediend. Bij twijfel adviseert de dienst Stedenbouw om uit voorzorg het dossier eveneens bij de provincie in te dienen.

Het college maakte vandaag duidelijke afspraken over de toekomstige werkwijze. Deze werkwijze werd ook met de provincie afgesproken:

  1. Tot het moment dat het Wasserijsite-arrest mogelijks bij cassatieberoep (ingesteld door de provincie) zal worden vernietigd, zullen alle aanvragen voor een omgevingsvergunning met een MER-screeningsnota door stedelijke diensten en door de met de Stad Gent verbonden rechtspersonen bij de provincie worden ingediend. De provinciale omgevingsambtenaar zal de MER-screening beoordelen en indien nodig het dossier terugsturen naar de stad (als vergunningverlenende overheid). De provinciaal omgevingsambtenaar voegt bij het doorsturen een document toe over de beoordeling van de MER-screening. Zo wordt voldaan aan de voorwaarde uit het Wasserij – arrest.
  2. Alle stedelijke diensten alsook de rechtspersonen verbonden aan de Stad Gent zullen eerstdaags door het college van deze voorlopige werkwijze op de hoogte worden gebracht.
  3. Het college zal de beroepsprocedure bij het Hof van Cassatie van nabij zal opvolgen. Eens er een uitspraak in cassatieberoep gedaan is, zal het college zich hierover beraden en desgavallend hierover opnieuw communiceren.

Rest natuurlijk de vraag wat er met de lopende aanvragen dient te gebeuren. Voor de lopende dossiers werd onderzocht in welke fase deze zich bevinden en welk risico deze dossiers lopen ten opzichte van het Wasserij – arrest. Als er geen groot risico wordt gedetecteerd, wordt de procedure gewoon verdergezet.

Voor dossiers die op het punt staan om ingediend te worden of waarbij een risico wordt gedetectered, zal de eerdergenoemde aangepaste werkwijze worden toegepast.

Tot slot kan ik nog meegeven dat omwille van de onduidelijkheid van het arrest het college ook een schrijven aan de bevoegde minister zal richten. Het is in het belang van alle lokale besturen om deze onduidelijke situatie zo snel mogelijk uit te klaren."

Het volledige fragment kan je hier herbekijken.