In het advies inzake voorstellen tot administratieve vereenvoudiging van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO (HRZKMO) van december 2021 staan een aantal zeer specifieke voorstellen die moeten leiden tot eenvoudigere procedures en het verminderen van administratieve lasten.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) informeerde bij bevoegd minister Lydia Peeters (Open Vld) naar de administratieve vereenvoudiging in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, namelijk naar het voorstel ‘Machtigingen voor geregeld vervoer en bijzondere vormen van geregeld vervoer’:

“Voor geregeld vervoer en bijzondere vormen van geregeld vervoer moeten autocarbedrijven een aanvraag om machtiging richten aan de bevoegde gewestelijk overheid. Bij afwezigheid van een register dat deze informatie centraliseert, moeten de ondernemingen op regelmatige tijdstippen dezelfde informatie verstrekken. Met name bij het vernieuwen van de getuigschriften van vakbekwaamheid (elke 5 jaar) gaat er regelmatig informatie verloren en zien de ondernemers zich verplicht om informatie te verstrekken die reeds aan andere overheden en/of eerder werd overgemaakt. Het eenvoudiger toegankelijk maken van deze gegevens zou het beheer binnen de ondernemingen vereenvoudigen. Op federaal niveau geeft de FOD Mobiliteit & Vervoer voor ongeregeld vervoer via een voor ondernemingen voorbehouden toegang een overzicht van de vergunningen en getuigschriften van vakbekwaamheid. Voorgesteld wordt dan ook om een nationaal register te creëren met de database van de verschillende soorten machtigingen voor vervoer, met een beveiligde toegang voor ondernemingen. Dit voorstel past binnen de toepassing van het “Only once” principe, de European Registers of Road Transport Undertakings (ERRU) en de Verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector.”

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat het klopt dat destijds het Vlaams gewest binnen het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2010 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg voor het geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer op sommige vlakken andere operationele keuzes gemaakt heeft dan de federale overheid binnen het Koninklijk Besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg. U noemt dus terecht het verschil in benadering bij de verlenging van de aanvraag.

Met de zesde staatshervorming zijn de gewesten ook bevoegd geworden voor het ongeregeld vervoer van personen over de weg. De inkanteling van deze bevoegdheid bij de gewesten is na het arrest nr. 244.095 van de Raad van State van 2 april 2019 in gang gezet en is nog lopend.

De administratie zal zeker oog hebben voor het verder in kaart brengen van dergelijke verschillen tussen deze gelijkaardige processen met het oog op onder meer planlastvermindering voor betrokkenen en het vinden van de nodige synergiën.”

Stijn De Roo: ‘Belangrijk werk om ‘only once’ uit te rollen.”