Steeds meer Vlamingen laten bij een erfenis de onroerende goederen professioneel schatten. Volgens Vlaams parlementslid voor CD&V Stijn De Roo is dat goed nieuws: “Het toont een stijgend vertrouwen in externe schattingen én het zorgt er voor dat Vlaanderen beroep kan doen op correcte schatting, die ze gebruikt voor de berekening van de erfbelasting.”

 

Een erfgenaam moet in het kader van de aangifte van nalatenschap een schatting van waardebepaling van onroerende goederen indienen. Dit kan op drie manieren gebeuren. De erfgenaam kan het goed zelf schatten, een erkend schatter-expert aanstellen of de schatting gratis door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) laten uitvoeren. Op basis van de aangifte van nalatenschap berekent VLABEL vervolgens hoeveel erfbelasting de erfgenaam verschuldigd is. Afhankelijk van de gekozen optie is de schatting bindend of heeft VLABEL twee jaar de tijd om een kennisgeving te sturen dat er een procedure van tekortschatting wordt opgestart. Een tekortschatting wordt opgestart bij een vermoeden van onderschatting van het onroerende goed of indien dit goed binnen de twee jaar na schatting voor een hogere prijs verkocht werd dan oorspronkelijk geschat.

Vlaams Parlementslid Stijn De Roo (CD&V) vroeg de cijfers van deze schattingsmethodes op. Daaruit blijkt dat jaar na jaar minder erfopvolgers deze schatting zelf uitvoeren. In 2015 werd maar liefst 96,6% van de schattingen van onroerende goederen door de erfgenamen zelf uitgevoerd. In 2019 daalde dit aantal naar 82,6%.

“Dit wijst toch op een gestegen vertrouwen van de erfgenamen dat de schatting door externe partijen op correcte wijze gebeurt. In 2015 werd 3,4% van de aangifte van schattingen van onroerende goederen door een erkend schatter-expert uitgevoerd. In 2019 bedroeg dit aantal al 13,8%", zegt De Roo.

 

De Roo stelde in de commissie bijkomende vragen aan Matthias Diependaele (N-VA), Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed. De Roo vroeg zich onder meer af of een gratis bindende schatting door Vlaanderen geen meerkost betekent voor de overheid ten opzichte van een onafhankelijke schatter.

De minister antwoordde: "Eigenlijk niet, want de waardering in de aangifte moet toch gebeuren aangezien elk dossier na tien maanden een grondige controle krijgt. Door het op voorhand te vragen trek je dus gewoon dat werk naar voren. Binnen VLABEL is de voorbije jaren ook sterk aan capaciteitsopbouw gedaan, binnen de aparte dienst Schatting en Waardering. Binnen die dienst zijn er 35 voltijdequivalenten (vte’s) bij gekomen, allemaal door interne personeelsverschuivingen alsook gerichte aanwervingen, waardoor de kwaliteit gewaarborgd is. Er wordt ook veel aandacht besteed aan interne opleiding en on-the-jobtraining door ervaren schatters."

Ook al gaat het aandeel van de erkende schatter-expert er licht op achteruit en nemen de schattingen door VLABEL een grote sprong, toch ziet de minister geen substitutie-effect tussen beide. "De externe schatters-experten waren het eerst actief en vreesden aanvankelijk dat de gratis bindende schatting door VLABEL hun marktaandeel zou verkleinen, maar dit is niet gebeurd. Ik denk dat die twee mogelijkheden elkaar heel goed aanvullen."

De Roo: "Het is van belang dat Vlaanderen kan beroep doen op correcte schattingen, die ze gebruikt voor de berekening van de erfbelasting. De professionalisering van de schattingen is daarom positief. We moeten er wel over waken dat schattingen kwaliteitsvol en correct zijn en dat er een evenwichtige verdeling blijft tussen erkende schatters-experten en de schattingen door de belastingdienst."

Bijlage: vraag en antwoord

Link: verslag commissievergadering 20 april 2021 https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1502913/verslag/1503820