In het Vlaams regeerakkoord staat: “Het huidig oppervlaktewaterbeheer is nog sterk versnipperd, wat zorgt voor een gebrek aan efficiëntie en daadkracht. Naar Nederlands voorbeeld rationaliseren we drastisch het landschap van de onbevaarbare waterlopen binnen hydrografisch logische gehelen, waarbij de belastingbevoegdheid van polders en wateringen wordt stopgezet.

De besturen van polders en wateringen spelen daarbij een belangrijke rol.”

Polders en wateringen zijn vaak eeuwenoude lokale samenwerkingsverbanden die onbevaarbare waterlopen beheren, bijvoorbeeld om lager gelegen gronden te beschermen tegen de getijdenwerking en overstromingen. In Vlaanderen zijn er nog 59 van die besturen actief. Samen hebben ze een werkingsgebied van bijna 312.000 hectare, of bijna 23 procent van het Vlaamse landbouwoppervlak. De polders en wateringen beheren meer dan 10.000 kilometer aan waterlopen, wat van hen de grootste waterbeheerders in Vlaanderen maakt. De jongste decennia zijn de polders en Wateringen mee geëvolueerd in een doelstelling naar een meer integraal waterbeleid. Bovendien beschikken ze nog steeds over een heel sterke terreinkennis.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) vroeg bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) naar haar beleidsintenties m.b.t. Polders en Wateringen.

De minister antwoordde dat de Vlaams Milieumaatschappij (VMM) mogelijke pistes onderzocht en dit in nauw overleg met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vlaamse Vereniging van Polders en Wateringen alsook met de provincies. Die voorstellen werden toegelicht aan het kabinet van de minister. De resultaten van dit overleg worden ook meegenomen in de politieke besluitvorming.

De minister deelde ook mee dat zij een aantal voorstellen tot fusies ontving, maar die werden niet voorzien binnen hydrografisch logische gehelen, één van de doelstellingen van het regeerakkoord.

Er werd beslist om deze fusieoperaties nog niet op te starten. Er zal eerst een beslissing genomen worden inzake de uitvoering van het regeerakkoord. Het zou verloren energie zijn als de fusies niet zouden passen binnen het toekomstige beleid.

De minister wil op korte termijn duidelijkheid creëren. In de eerste helft van dit jaar zal een definitieve beslissing genomen worden over het wegwerken van de versnippering van het beheer van de onbevaarbare waterlopen. De Polders en Wateringen zijn volgens de minister vragende partij voor een snelle besluitvorming.

Stijn De Roo: “De terreinkennis van de polders en wateringen is zeer groot. Ze staan zeer dicht bij diegenen die het waterbeheer nodig hebben, namelijk de gebruikers van de verschillende percelen. Flexibiliteit binnen de werking van het waterbeheer is belangrijk. In de zoektocht naar meer efficiëntie en daadkracht mogen we het kind dus niet met het badwater weggooien.”

Het volledige verslag van de vraag om uitleg kan je hier lezen.

Hierover verscheen op 26 januari een bericht op de website van Landbouwleven en Agri PRESS.