Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) ondervroeg de nieuwe minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement over stijgende interesse voor windmolens en pocketvergisters bij de Vlaamse land- en tuinbouw.

Op de vragen van De Roo antwoordde minister Brouns dat hij een heel sterk geloof heeft in een circulaire landbouw. De economie zal circulair worden, en zeker ook de landbouw, in functie van de duurzame toekomst van onze land- en tuinbouw.

Het is al sinds 2015 mogelijk om voor zogenaamde ‘randapparatuur voor pocketvergisting’ steun aan te vragen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Het is belangrijk dat de mest zo snel mogelijk bij de pocketvergister op het bedrijf terechtkomt.

In 2019 werd aan de lijst met gesubsidieerde investeringen een subsidiecategorie van 40 procent toegevoegd voor investeringen met bovengemiddelde klimaatbijdrage. Eind 2020 werd nog eens 10 procent toegevoegd voor jonge landbouwers voor de meest duurzame investeringen. Bij de VLIF-categorieën is het algemeen zo dat voor jonge landbouwers 30 procent steun 40 procent wordt, 40 procent steun 50 procent wordt.

Ook windturbines komen voor VLIF-steun in aanmerking. Ze vallen eveneens onder de investeringen met een bovengemiddelde klimaatbijdrage, waardoor ze eveneens van 40 procent steun kunnen genieten of 50 procent als het om jonge landbouwers gaat.

Wat de cijfers van de VLIF-steun voor windturbines betreft: 4 in 2019, 11 in 2020 en maar liefst 24 in 2021. Voor de randapparatuur van pocketvergisters valt vooral op dat er in 2021 een sterke stijging was. In 2019 waren er 36 geselecteerde aanvragen, in 2020 34, en in 2021 maar liefst 78. Het zijn heel belangrijke investeringen zodat de reststromen op een landbouwbedrijf ter plaatse kunnen blijven en deel kunnen zijn van hernieuwbare energie.

“De PAS-lijst is een bevoegdheid van minister Demir. Het spreekt voor zich dat het belangrijk is dat nieuwe technieken zo snel mogelijk erkend worden. Als er vandaag een grote uitdaging is, is het het geloof en het vertrouwen in de kracht van innovatie om sterk in te zetten op emissiereducerende technologieën. Zo kan de Vlaamse land- en tuinbouw de plaats krijgen die het verdient en die nodig is voor de voedselvoorziening en zekerheid zodat we niet in een afhankelijkheid komen die dreigt in geopolitieke situaties zoals we ze vandaag kennen,” aldus minister Brouns.

In de plenaire zitting van het Vlaams parlement van woensdag 25 mei staat het wetenschappelijk comité op de agenda zodat er een decretale basis komt voor de erkenning van technieken die tot doel hebben de emissie te reduceren.

Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap geeft ook steun aan de windturbines en de pocketvergister tot een bedrag van 4.700 euro per kilowatt. Er bleek geen significante of substantiële toename in de aanvragen.

Stijn De Roo: “Windmolens en pocketvergisters bieden de Vlaamse land- en tuinbouw perspectief. Er is ook meer draagvlak en interesse. 

Wij staan voor de zeer grote uitdaging om de pocketvergisters effectief een vergunning te verlenen.  Ze zijn een deeltje van de oplossing, ze verzamelen sneller mest van de stalvloer en beperken de ammoniakemissie.

Ik hoop dat die technieken verder ingang kunnen vinden in onze land- en tuinbouw en dat die vanuit het VLIF en op het vlak van vergunningen goed ondersteund worden.

Het volledige verslag van mijn vraag om uitleg vind je hier.