De overbevolking in de gevangenis van Gent blijft bijzonder groot. Naar aanleiding daarvan verklaarde de burgemeester dat het Gentse stadsbestuur zich sinds begin dit jaar geëngageerd heeft om een bijkomend detentiehuis in Gent te faciliteren.
De burgemeester stelde daarbij dat Gent openstaat om elk initiatief tot de oprichting van een nieuw detentiehuis te ondersteunen en dat de stad volledig achter de filosofie van detentiehuizen staat.
In zijn reactie verwees de burgemeester ook naar het bestaande transitiehuis in Gentbrugge. Een transitiehuis en een detentiehuis hebben evenwel een verschillende finaliteit en doelgroep. Een transitiehuis richt zich op gedetineerden die het laatste deel van hun straf buiten de gevangenis doorbrengen, met een sterke focus op begeleiding en re-integratie. Een detentiehuis is daarentegen een kleinschalige vorm van detentie voor veroordeelden met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en een laag risicoprofiel.
De realisatie van een detentiehuis vereist onder meer een geschikte locatie. Tegelijk wil de stad de komende jaren een aanzienlijk deel van haar patrimonium afstoten.
Gents gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen op de gemeenteraad:
- Wat houdt het engagement van de stad om een detentiehuis te realiseren concreet in? Welke initiatieven heeft het stadsbestuur sinds het begin van dit jaar genomen om hier uitvoering aan te geven?
- Welke contacten en overlegmomenten vonden hierover sinds het begin van dit jaar plaats met de federale overheid, de FOD Justitie, de Regie der Gebouwen of andere betrokken instanties? Welke concrete vragen of voorstellen werden daarbij vanuit de stad geformuleerd en wat was het resultaat van dat overleg?
- Heeft de stad sinds het aangaan van dit engagement zelf mogelijke locaties of panden voor een detentiehuis voorgesteld aan de federale overheid of de Regie der Gebouwen?
- Heeft het stadsbestuur het eigen stedelijk patrimonium reeds gescreend op panden of sites die geschikt kunnen zijn voor de inrichting van een detentiehuis?
- Zal de stad, gelet op de geplande afstoting van een deel van het stedelijk patrimonium, onderzoeken of bepaalde van deze panden of sites geschikt kunnen zijn voor een detentiehuis?
- Op welke termijn verwacht de burgemeester dat een concrete locatie voor een bijkomend detentiehuis in Gent kan worden voorgelegd en een dossier effectief kan worden opgestart?
Burgemeester De Clercq antwoordde:
"Wij staan achter de filosofie van detentiehuizen. Kleinschalige detentie, met aandacht voor begeleiding en re-integratie, kan een belangrijke aanvulling zijn op het bestaande gevangeniswezen.
Daarom hebben we politiek bevestigd dat Gent bereid is de zoektocht naar een bijkomend detentiehuis actief te faciliteren.
Dat engagement hebben we ook concreet ingevuld. We hebben overlegd met vzw De Huizen, de FOD Justitie en de directie van de Gentse gevangenis. Daarbij hebben we niet alleen gesproken over huisvesting, maar ook over de doelgroep.
Voor ons is het belangrijk dat een detentiehuis goed ingebed wordt in de stad en dat maximaal rekening wordt gehouden met de band van gedetineerden met Gent.
Daarnaast hebben we ons stedelijk patrimonium laten screenen op basis van het concrete behoefteprogramma van de FOD Justitie, met bijzondere aandacht voor gebouwen die de stad wil vervreemden. Ook Sogent en Farys werden daarbij betrokken.
Die vereisten zijn behoorlijk specifiek. Justitie zoekt een gebouw voor 20 tot 60 gedetineerden, bij voorkeur instapklaar of met beperkte aanpassingswerken. Het moet beschikken over afzonderlijke slaapkamers, voldoende sanitaire voorzieningen, gemeenschappelijke leefruimtes, lokalen voor begeleiding en personeel en een buitenruimte.
Ook de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, brandveiligheid en de mogelijkheid om het gebouw permanent te beveiligen spelen een belangrijke rol.
Dat beperkt uiteraard het aantal geschikte gebouwen aanzienlijk.
Verschillende pistes zijn onderzocht, waaronder het Caermersklooster en de gebouwen op de Steenakker-site. Die bleken niet geschikt of zouden te ingrijpende aanpassingen vergen.
Uit die oefening kwam het voormalige internaat in de Olijfstraat als enige mogelijke piste binnen het onderzochte stadspatrimonium naar voren.
We hebben die locatie ook effectief aangereikt aan Justitie. Daarbij hebben we meteen gewezen op de aandachtspunten: de ligging in een dense wijk, de bestaande parkeerdruk en de nood aan een goede lokale inbedding.
De FOD Justitie heeft vervolgens bijkomende informatie over de Olijfstraat opgevraagd. Nadien ontvingen we via vzw De Huizen het signaal dat de locatie niet geschikt zou zijn. De concrete motivering daarvan is ons niet bekend. Bovendien werd na dat signaal opnieuw bijkomende informatie opgevraagd. Het is dan ook niet duidelijk wat het huidige standpunt van de FOD Justitie precies is.
Intussen blijft de Olijfstraat opgenomen in het stedelijke vervreemdingsprogramma, met een verkoop voorzien in de eerste helft van 2027.
De stad heeft zich geëngageerd om een detentiehuis te faciliteren, maar heeft niet beslist om dit specifieke pand daarvoor voor te behouden. Aangezien Sogent meldt dat inmiddels meerdere partijen interesse tonen in de Olijfstraat, waaronder verschillende met een publiek belang, zal de geplande openbare verkoopprocedure worden gevolgd, zoals decretaal voorzien en waaraan uiteraard ook de Regie der Gebouwen op gelijke voet kan deelnemen indien gewenst.
De stad heeft haar engagement concreet ingevuld: we hebben overleg gevoerd, ons patrimonium onderzocht en een mogelijke locatie aangereikt.
De stad zal uiteraard zelf geen detentiehuis realiseren, dat is aan de FOD. De verdere beoordeling, besluitvorming en realisatie liggen dan ook bij de federale overheid. Het is aan haar om een concrete locatie, al dan niet in Gent, en een realisatietermijn te bepalen.
Ons engagement blijft overeind. We blijven constructief meewerken aan een detentiehuis in Gent, op een geschikte locatie en met de nodige aandacht voor de omgeving."
Je kan de tussenkomst van Stijn hier herbekijken.