Integrale toekomstvisie op de Gentse zwembadinfrastructuur in voorbereiding

Publicatiedatum

Auteur

Stijn De Roo

Deel dit artikel

De vraag naar zwemwater in Gent blijft groot. Vandaag bestaat het publieke zwembadaanbod onder meer uit de zwembaden Van Eyck, Rooigem en Strop, het sportbad van LAGO Rozebroeken en het zwembad GUSB. Tegelijk wordt gewerkt aan nieuwe zwemcapaciteit. Op de sportsite Neptunus in Wondelgem is een nieuw zwembad gepland.

Farys voert in opdracht van de stad een analyse uit voor de zwembaden die het einde van hun levensduur naderen. Farys moet daarbij berekenen hoe lang deze zwembaden nog open kunnen blijven en tegen welke kost. Op basis daarvan wil de stad inschatten binnen welke termijn nieuwe capaciteit gerealiseerd moet worden.

Gents gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde schepen:

  1. Wat is de huidige stand van zaken van de analyses die Farys uitvoert naar de resterende levensduur van de Gentse zwembaden? Welke zwembaden maken concreet deel uit van deze analyse? Wat is de verwachte timing van de oplevering van de analyse?
  2. Kan de schepen per zwembad aangeven wat volgens de huidige inschatting de resterende levensduur is en tot wanneer een verdere exploitatie mogelijk is? Welke investeringen zijn daarvoor nog noodzakelijk?
  3. Welke scenario's worden momenteel onderzocht voor de toekomst van zwembad Rooigem na de ingebruikname van het nieuwe zwembad Neptunus? Klopt het gerucht dat er een sluiting van Rooigem wordt onderzocht of overwogen?
  4. Wordt bij de analyse van Farys een vergelijking gemaakt tussen enerzijds de bijkomende investeringen en exploitatiekosten die nodig zijn om een bestaand zwembad langer open te houden en anderzijds de kosten voor vervangende nieuwbouw?
  5. Hoe evolueert volgens de stad de totale behoefte aan zwemwater in Gent voor individuele zwemmers, scholen, zwemclubs en andere verenigingen? Hoeveel bijkomende zwemcapaciteit is volgens de huidige ramingen nodig?
  6. Zijn er concessies, huurovereenkomsten of andere overeenkomsten verbonden aan de bestaande zwembaden (incl. cafetaria's) die door een eventuele sluiting of functiewijziging zouden worden beïnvloed? Zo ja, welke looptijden hebben deze overeenkomsten en hoe wordt hiermee rekening gehouden in de scenario's?
  7. Zal de schepen werk maken van een globale meerjarenplanning voor de Gentse zwembadinfrastructuur waarin de resterende levensduur van de bestaande zwembaden, noodzakelijke renovaties, de realisatie van zwembad Neptunus en eventuele bijkomende nieuwe zwemcapaciteit gezamenlijk worden opgenomen?

Schepen Van Braeckevelt antwoordde:

"Farys heeft  geen specifieke opdracht  om een globale analyse uit te voeren naar de resterende levensduur van de Gentse zwembaden, noch om een einddatum voor hun exploitatie te bepalen.  De technische levensduur van infrastructuur is immers geen statisch gegeven en kan, afhankelijk van de toestand van het gebouw en de uitgevoerde investeringen, worden verlengd door middel van renovaties, vervangingswerken of andere ingrepen. Wel worden voor verschillende zwembadinfrastructuren afzonderlijke technische onderzoeken en studies uitgevoerd in functie van het patrimoniumbeheer en de toekomstige investeringsnoden. Daarbij gaat het onder meer om:

  • conditiestaatmetingen van gebouwen en technische installaties;
  • onderzoeken naar de toegankelijkheid van de infrastructuur;
  • analyses en maatregelen in het kader van de geldende EPB-verplichtingen en energiedoelstellingen;
  • technische inspecties en onderhoudsstudies die nodig zijn voor een veilige en kwalitatieve exploitatie.

Deze onderzoeken hebben als doel de actuele toestand van de infrastructuur in kaart te brengen en toekomstige investeringen voor te bereiden.

Aangezien er geen afzonderlijke studie loopt die de resterende levensduur van de zwembaden bepaalt, bestaat er geen eenduidige prognose per zwembad.

Welke investeringen op welk moment noodzakelijk zullen zijn, hangt af van de resultaten van de lopende onderzoeken, de beleidsmatige prioriteiten en de beschikbare budgettaire middelen. 
Het zou dan ook voorbarig zijn om vandaag per zwembad uitspraken te doen over een specifieke resterende levensduur of een mogelijke einddatum van exploitatie.

Het realiseren van bijkomende zwemcapaciteit op de site Neptunus in Wondelgem wordt beschouwd als een noodzakelijke uitbreiding van de zwemcapaciteit in Gent en staat als dusdanig los van de werking van zwembad Rooigem.

Evenmin bestaat er op heden een specifieke studieopdracht waarbij de sluiting van zwembad Rooigem als uitgangspunt of vooropgesteld scenario wordt onderzocht.

Indien in de toekomst beleidsopties zouden worden uitgewerkt, zullen deze steeds worden afgewogen in functie van de beschikbare zwemcapaciteit, de maatschappelijke behoefte, de technische toestand van de infrastructuur en de financiële haalbaarheid.

De momenteel lopende conditiestaatmetingen, toegankelijkheidsonderzoeken en EPB-gerelateerde analyses zullen eerst geanalyseerd worden alvorens uitspraken te doen over de wenselijkheid van renovatie-, vervangings- of uitbreidingsscenario's.

De stad hanteert voor haar langetermijnvisie het richtcijfer van 0,014 m² indoor zwemwater per inwoner. Op basis van de huidige bevolkingsprognoses betekent dit dat tegen 2040 een gewenste capaciteit van ongeveer 4.200 m² zwemwater aanwezig zou moeten zijn.

Indien de capaciteit van het GUSB buiten beschouwing wordt gelaten, onder meer omdat deze infrastructuur in afnemende mate publiek toegankelijk is en schoolzwembaden traditioneel niet worden meegerekend binnen de reguliere stedelijke zwemwatercapaciteit, maar de bijkomende capaciteit van Neptunus wel wordt opgenomen, bedraagt de beschikbare capaciteit ongeveer 3.050 m².

Deze cijfers geven aan dat bijkomende zwemcapaciteit op langere termijn een belangrijk aandachtspunt blijft binnen het Gentse sportinfrastructuurbeleid. De verdere analyse hiervan zal eveneens deel uitmaken van de toekomstige strategische oefening rond het Gentse zwembadpatrimonium.

Aan verschillende zwembaden zijn overeenkomsten verbonden, waaronder concessieovereenkomsten en andere exploitatieafspraken met betrekking tot nevenfuncties zoals cafetaria's.
De concrete inhoud, duur en beëindigingsmodaliteiten verschillen per locatie. Indien toekomstige beleidskeuzes gevolgen zouden hebben voor een bepaalde exploitatie, zal Farys vanzelfsprekend rekening houden met de bestaande contractuele rechten en verplichtingen.

Aangezien momenteel geen beslissing voorligt met betrekking tot sluiting of functiewijziging van een specifiek zwembad, is dit op dit ogenblik niet aan de orde.

De stad bereidt een integrale toekomstvisie voor op de Gentse zwembadinfrastructuur.

Aan de hand van het masterplan zwemmen zal dan meer duiding, inzicht en richting te geven aan de verdere evoluties, investeringsnoden en beleidskeuzes die zich voor de Gentse zwembadinfrastructuur aandienen. Dit masterplan moet toelaten om toekomstige beslissingen op een consistente, transparante en objectieve wijze te onderbouwen."

Nieuws

Bus tussen Gent en Terneuzen moet op 13 december starten: "Nog heel wat werk aan de winkel"

De nieuwe internationale busverbinding 'Bus Rapid Transit' tussen Gent en Terneuzen moet op 13 december 2026 van start gaan. Dat bevestigde Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) na een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v).

Oprichting Vlaamse Hoge AI-raad wordt eind 2026 afgerond

Artificiële intelligentie sloop in recordtempo ieders leefwereld binnen en de technologie ontwikkelt razendsnel. Om onze bedrijven, onze arbeidsmarkt en ons onderwijs bij te staan stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) bij de lancering van zijn conceptnota over AI voor om een taskforce op te richten: een groep experts die zich buigen over de impact van AI op die sectoren en die een strategie uitwerken waar bedrijven, onderwijs en arbeidsmarkt mee aan de slag kunnen.

Vlaanderen blijft pleiten voor een verdere verdieping van de kapitaalmarktenunie

Europa kampt met een tekort aan durfkapitaal voor start-ups en scale-ups, vooral wanneer die grotere financieringsrondes nodig hebben om internationaal door te groeien. De Europese Commissie wees er in 2025 op dat de beschikbaarheid van financiering voor start-ups in de EU zeven keer lager lag dan in de Verenigde Staten.