Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) monitort de aanwezigheid van de oosterse fruitvlieg (bactrocera dorsalis) in ons land door het plaatsen van vallen.
Sinds de eerste vaststelling in 2023 werden elf exemplaren aangetroffen in vallen geplaatst door het FAVV. De oosterse fruitvlieg is niet gevaarlijk voor mens of dier, maar vormt een ernstige bedreiging voor de landbouw.
Binnen het onderzoeksproject PESTFLY werkt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) mee aan een optimalisatie van de lopende monitoringsaanpak door het FAVV.
Het Proefcentrum Fruitteelt gaf in een artikel in Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) aan dat de oosterse fruitvlieg zich in Vlaanderen snel zou kunnen vestigen op fruit en vruchtgroenten.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde minister:
- Hoe schat de minister het risico van de oosterse fruitvlieg voor de Vlaamse landbouw in?
- Welke taken neemt ILVO op binnen het onderzoeksproject PESTFLY?
- Hoe verloopt de kennisdeling en samenwerking met het FAVV concreet?
- Tegen wanneer worden de onderzoeksresultaten van PESTFLY verwacht en hoe zullen die worden vertaald naar beleid en praktijk?
- Op welke manier worden fruittelers en andere professionele actoren in Vlaanderen geïnformeerd over nieuwe vaststellingen en eventuele maatregelen?
- Volstaat de huidige monitoringcapaciteit om een eventuele vestiging in Vlaanderen tijdig op te sporen? Graag meer uitleg.
- Welke bestrijdingsmethoden zijn beschikbaar wanneer een populatie van de oosterse fruitvlieg zich effectief zou vestigen in Vlaanderen?
Minister Brouns antwoordde:
"De oosterse vruchtvlieg, Bactrocera dorsalis, is zeer polyfaag, wat betekent dat hij zich kan voeden op een brede waaier aan waardplanten. Hij kan schade veroorzaken aan heel wat teelten die voor Vlaanderen van economisch belang zijn, zoals appel, peer, tomaat en kleinfruit. Daar het een tropische soort is die temperaturen tussen 18 en 27°C verkiest en de huidige Belgische winters niet kan overleven, is de kans momenteel onbestaande dat deze soort zich hier vestigt en schade veroorzaakt. Daarnaast is het risico dat de oosterse fruitvlieg zich in Vlaamse kasteelten zou handhaven zeer klein. De afgelopen zomers heeft men al verschillende vondsten gedaan rond markten in de grootsteden. Tot nu toe is er in deze gebieden geen sprake van een vestiging van de plaag.
ILVO is projectcoördinator, met het Centre Wallon de Recherches Agronomiques (CRA-W) en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) als partners, en is verantwoordelijk voor het monitoringsluik in het project en het beter in kaart brengen van de handelsroutes van besmette vruchten. Daarnaast is ILVO betrokken bij alle overige projecttaken, zijnde het burgerwetenschapsluik Pestfly Patrol en de originebepaling van de aangetroffen vliegen via DNA technieken waar wetenschappers van onder andere ILVO deze techniek beschrijven.
Het bepalen van de risicolocaties voor het monitoren van de oosterse vruchtvlieg in het kader van het PESTFLY-project gebeurt in overleg tussen het ILVO en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). De PESTFLY-vallen vormen immers een aanvulling op de vallen die het FAVV ophangt in het kader van het controleprogramma. Elke vondst van de oosterse fruitvlieg, zowel in vallen op risicolocaties als via de burgerwetenschapperscampagne wordt onmiddellijk gemeld aan het FAVV via een meldingsformulier. Van zodra de resultaten bekend zijn van de genetische originebepaling van de gevangen individuen, wordt het FAVV daarvan op de hoogte gebracht. Daarenboven is het FAVV met verschillende leden vertegenwoordigd in het jaarlijkse begeleidingscomité van het project.
Het ILVO is ook erkend als het Nationaal Referentie Laboratorium (NRL) voor entomologie en staat hierdoor in voor de identificaties van elk verdacht insect dat werd vastgesteld tijdens fytosanitaire inspecties door het FAVV. In die hoedanigheid van NRL zijn er regelmatig formele en informele contacten tussen het FAVV en de projectpartners CRA-W en ILVO naar aanleiding van NRL-adviesdossiers.
PESTFLY is momenteel ruim een jaar ver en heeft een looptijd van 30 maanden. Wanneer de onderzoeksresultaten gekend zijn, zullen deze eerst worden voorgelegd aan het begeleidingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de FOD Volksgezondheid, het FAVV en nationale en internationale experts. Indien een aanpassing van de huidige FAVV-monitoringsmethode noodzakelijk wordt geacht, zal dit aan deze stuurgroep worden voorgelegd.
Nieuwe vaststellingen die van belang zijn voor de Belgische fruitsector worden steevast door het FAVV via een persbericht de wereld in gestuurd. Daarnaast contacteert het FAVV ook rechtstreeks de sector (praktijkcentra, Boerenbond, VBT…) met informatie over de vondsten en de vraag om de informatie naar hun leden te verspreiden. Aangezien de vaststellingen voorlopig direct gelinkt kunnen worden aan de import van aangetaste risicovruchten (bv. groente- en fruitmarkten) zijn er momenteel geen extra maatregelen nodig en loopt de Vlaamse fruitsector geen risico.
De professionele actoren die de PESTFLY-onderzoekers vooral willen bereiken, zijn de handelaren van risicovruchten. Bewustwording over het omgaan met aangetast of onverkoopbaar fruit is van belang aangezien deze handelaren dergelijk fruit zouden kunnen uitvoeren naar EU landen waar de oosterse fruitvlieg zich wel zou kunnen vestigen (bv. Spanje en Italië). Er werd reeds een online bevraging rond de handel en bewaring van risicovruchten uitgestuurd naar deze doelgroep via de overkoepelende sectororganisatie. In een later stadium zullen deze handelaars via een nieuwsbrief op de hoogte worden gebracht van de belangrijkste projectresultaten.
Aangezien vestiging van de oosterse fruitvlieg in onze klimatologische omstandigheden onmogelijk is, wordt monitoring uitsluitend gedaan rond de relevante introductieroutes. De oosterse fruitvlieg is immers een prioritair quarantaine organisme voor de EU, waardoor extra waakzaamheid verplicht is. De oosterse fruitvlieg kan via ingevoerde tropische vruchten in de Unie binnenkomen en wordt geregeld vastgesteld in zendingen bij importcontroles. Daarom voert het FAVV, naast deze controles, ook post-importinspecties uit met vallen op risicoplaatsen, zoals handelsplaatsen voor tropisch fruit en locaties waar afval van dergelijke vruchten aanwezig is.
De monitoring kan aangepast worden als de situatie wijzigt of bij voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Hieraan tracht PESTFLY bij te dragen. Door zowel de huidige monitoring uitgevoerd door het FAVV uit te breiden met een hoger aantal vallen per risicolocatie, alternatieve lokstoffen voor vrouwelijke vliegen te testen, als via het opzetten van een burgerwetenschapscampagne (juli-augustus 2026) wordt nagegaan of het zinvol is de huidige monitoringscapaciteit van het FAVV uit te breiden. Uit de eerste resultaten blijkt dat de risicolocaties oordeelkundig door het FAVV geselecteerd zijn en vrouwelijke lokstoffen onvoldoende krachtig zijn. Bijkomend onderzoek is nodig om na te gaan of het aantal vallen per locatie verhoogd moet worden en zo ja, op welke afstand en richting ten opzichte van de methyleugenol-val in het centrum van de risicolocatie.
De kans dat een dergelijke populatie zich in Vlaanderen vestigt, is momenteel onbestaande omdat deze soort onze huidige winters niet kan overleven. Beschikbare bestrijdingsmethoden die in andere EU landen worden gebruikt, zijn het instellen van uitroeiings- en inperkingszones, in combinatie met populatie-onderdrukkende maatregelen, zoals Male Annihilation Technique (MAT) en Bait Attractant Technique (BAT), een doorgedreven monitoring, en beheer van habitat en gewas via een goede gewashygiëne (bv. verwijderen van aangetast/dood plantenmateriaal) en push-pull systemen (dit is het plaatsen van planten tussen hoofdgewas die een plaag afstoten (push), en het plaatsen van planten rond het hoofdgewas om plagen weg te vangen (pull)). Bestrijding van quarantaine organismen is een federale bevoegdheid en volgt de strikte Europese regelgeving, zoals Uitvoeringsverordening (EU) 2025/311 van de Commissie van 14 februari 2025 betreffende maatregelen tot uitroeiing van fruitvliegen van de soorten Bactrocera dorsalis (Hendel), Bactrocera latifrons (Hendel) en Bactrocera zonata (Saunders) en tot voorkoming van de vestiging en verspreiding van deze soorten op het grondgebied van de Unie."
Foto: Eduard Delputte