Dagelijks gaan er nog steeds tienduizenden liters drinkwater verloren (maar daar wil Vlaanderen iets aan doen)
De verliezen zijn op te splitsen in drie categorieën. De eerste is het werkelijke waterverlies door de lekken in toevoer- en distributieleidingen, in reservoirs en op aansluitingen tot aan de watermeter. De tweede categorie is die van de schijnbare waterverliezen, zijnde de niet toegelaten verbruiken, mensen die illegaal water afnemen, en onnauwkeurige metingen. De derde categorie is het niet-gefactureerd toegelaten verbruik, waaronder de verbruiken nodig voor het spoelen van de leidingen en bluswerken.
In 2018 ontwikkelden de drinkwaterbedrijven een actieplan tegen een tekort aan drinkwater, waarin ze voorzagen om verliezen te beperken door betere detectie, opvolging en snellere herstelling.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) bevroeg Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) over de waterverliezen de laatste jaren en de acties die zullen ondernomen worden om deze verliezen te beperken.
Uit het antwoord van de minister blijkt dat er anno 2019 nog steeds 70 miljoen m³ waterverbruik niet wordt geregistreerd. In verhouding gaat het om 16,8% van het water dat wordt getransporteerd. De laatste jaren dalen deze verliezen niet, maar blijven ze op hetzelfde peil.
Over de evolutie en de investeringen, stelt de minister: “Over de afgelopen 5 jaar zijn er continue investeringen gebeurd om het waterverlies te beheren en te vermijden. Zoals voorzien in de Blue Deal hebben de uitgevoerde en geplande investeringen tot doel om de ILI (Infrastructure Leakage Index = de verhouding van het werkelijk waterverlies t.o.v. het onvermijdelijk waterverlies) tegen eind 2025 te verlagen tot 0,5."
Dat betekent dat het werkelijk waterverlies binnen 4 jaar slechts de helft mag bedragen van het onvermijdelijk waterverlies. Vooral bij De Watergroep - het grootste drinkwaterbedrijf in Vlaanderen dat drinkwater levert aan 3,2 miljoen klanten in 177 Vlaamse gemeenten - en bij FARYS moet er nog een tand worden bijgestoken. Het werkelijk verlies bij deze twee maatschappijen is respectievelijk 3 en 2 keer het onvermijdelijk verlies.
Op internationaal vlak wordt de ILI gezien als een toonaangevende indicator om de prestaties op het vlak van waterverlies in een distributienet te beoordelen en onderling te vergelijken. In vergelijking met de rest van Europa blijken onze waterbedrijven relatief goed te presteren. Het verder terugdringen van lekverliezen lijkt daarom niet puur economisch rendabel, waardoor de kosteneffectiviteit van maatregelen goed onderzocht zou moeten worden. Zeker in rijkere landen waar droogte dreigt is de “kost van droogte” ook een factor die meegenomen moet worden in de berekening.”
Stijn De Roo: “Water transporteren zonder verliezen is onmogelijk. Maar het is belangrijk dat de Vlaamse overheid verder werk maakt van het terugdringen van de te grote waterverliezen, zeker in tijden waarin zomerse watertekorten dreigen door aanhoudende perioden van droogte en er discussies lopen over het oppompen van grondwater.
De ambitie van de minister is groot en technieken als het gebruik van satellietbeelden en lekdetectieapparatuur en de uitrol van digitale watermeters zullen nodig zijn om lekken op te sporen en de doelstelling te halen. De investeringen in de leidingen - waar nog jaarlijks 60 miljoen m³ drinkwater verloren gaat - moeten zorgen voor een performant en kwaliteitsvol drinkwaternet."
