Onze bevolking groeit. Gezinnen zijn steeds meer divers samengesteld. Maar onze beschikbare ruimte blijft dezelfde. Heb jij je ooit afgevraagd hoe we hier in de toekomst allemaal gaan wonen, werken, ontspannen, voedsel produceren, enz.?
Na jaren van discussie ligt er een koers op tafel. Onder impuls van minister Jo Brouns keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed. Vlaams Parlementslid Stijn De Roo volgt de verdere uitrol ervan op in de commissie voor Leefomgeving en Ruimtelijke Ordening.
Het plan wil grote woningen gemakkelijker laten opsplitsen waar dat past, leegstaande gebouwen opnieuw gebruiken en bedrijven meer groeimogelijkheden geven op hun eigen terrein. Tegelijk wil het 30.000 hectare nog onbebouwde grond met een bouwbestemming beschermen als open ruimte. Zo wil men Vlaanderen voorbereiden op een veranderende samenleving en een veranderend klimaat, met meer mogelijkheden op geschikte plaatsen en een betere bescherming van het landschap.
Na bijna dertig jaar werkt Vlaanderen aan de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Meer mensen zoeken een passende en betaalbare woning. Bedrijven vernieuwen hun productie en energievoorziening. Droogte, hitte en hevige regen stellen andere eisen aan straten, buurten en landschappen.
Het BRV vertrekt van drie grote veranderingen. Vlaanderen wil de ruimte die het al gebruikt beter benutten, kwaliteitsvoller en meer klimaatrobuust maken, het bijkomende ruimtebeslag tegen 2040 terugbrengen tot netto nul hectare per dag, en de open ruimte herstellen en sterker verbinden. Een oude bedrijfssite opnieuw gebruiken of een gebouw aanpassen aan nieuwe noden helpt om elders open ruimte te sparen. Grotere, samenhangende landschappen bieden plaats aan voedselproductie, natuur en water.
De strategische visie geeft daarvoor de richting aan. Zes beleidskaders werken die uit voor wonen, economie, water, energie en klimaat, biodiversiteit en land- en tuinbouw. Ze koppelen de ambities aan acties, instrumenten en samenwerking op het terrein.
Vlaanderen heeft tegen 2050 450.000 extra woningen nodig. Gezinnen worden kleiner, meer mensen wonen alleen en ouderen willen langer in hun vertrouwde buurt blijven. Het BRV zorgt voor meer woningen op goed bereikbare plaatsen, dicht bij winkels, scholen, werk en andere basisvoorzieningen zoals kinderopvang.
De regering wil daarom het opsplitsen van grote woningen op geschikte locaties eenvoudiger maken. Zo kan een eigenaar kleiner gaan wonen en tegelijk een bijkomende woning creëren voor een ander huishouden. De eigenaar behoudt de vrijheid om te bepalen hoe groot hij of zij wil wonen en hoe de woning wordt gebruikt.
Ook leegstaande gebouwen opnieuw gebruiken, zorgwonen en extra verdiepingen toevoegen waar de omgeving dat aankan, maken deel uit van de aanpak. Renovatie biedt daarbij de kans om woningen aan te passen en ook energiezuiniger te maken. Meer woningen moeten samengaan met voldoende groen, voorzieningen en een aangename publieke ruimte. Het plan kiest voor maatwerk per buurt.
Tegen 2040 wil de regering 30.000 hectare slecht gelegen, nog niet ontwikkelde grond met een harde bestemming omzetten naar openruimtebestemmingen: 15.000 extra hectare voor landbouw waar ze wordt ingezet in een duurzame bedrijfsvoering en 15.000 extra hectare voor natuur en bos. Het gaat bijvoorbeeld om grond die op de kaart bestemd is voor wonen, industrie of recreatie, maar nog open is en beter open blijft.
Door die bestemmingen te wijzigen, wil Vlaanderen bijkomende bebouwing op ongeschikte plaatsen vermijden. Het gaat om een verandering van de bestemming op de kaart. Dat is niet hetzelfde als 30.000 hectare nieuw feitelijk landbouw- of natuurgebruik: het overgrote merendeel van deze gronden heeft vandaag al een open gebruik, maar nog niet de bijpassende bescherming.
Het BRV wil Vlaanderen beter voorbereiden op droge zomers en hevige regen. Door regenwater langer vast te houden en in de bodem te laten dringen, wordt het landschap minder kwetsbaar voor droogte en vermindert de druk op lagergelegen buurten bij felle buien. Bij de vernieuwing van straten en pleinen wil het plan kansen voor ontharding, groen en verkoeling benutten.
Een specifieke doelstelling is om tegen 2040 netto 13.000 hectare te ontharden ten opzichte van 2025. Deze doelstelling maakt deel uit van een bredere onthardingsopgave die zoveel als mogelijk gekoppeld moet worden aan winsten zoals verhinderen hitte-eilandeffect, sponslandcshappen, hogere leefomgevingskwaliteit, groene dooradering, enzovoort. Daarnaast wil Vlaanderen tegen 2040 minstens 1.000 hectare ruimtelijk bedreigd bos beschermen.
Voor gebouwen in vooraf afgebakende, specifieke overstromingsgebieden voorziet het plan in de uitwerking van een voorkooprecht en een koopplicht voor de overheid, als aanvulling op vrijwillige aankopen. Die koopplicht moet eigenaars onder de nog uit te werken voorwaarden de mogelijkheid geven hun gebouw door de overheid te laten aankopen. Het gaat niet om een algemene verplichting voor bewoners om te verkopen. Voor deze instrumenten is nog regelgeving nodig.
Het landbouwkader wil vruchtbare grond en geschikte landbouwsites beschikbaar houden voor professionele land- en tuinbouw. Bij vrijgekomen landbouwgebouwen krijgt agrarisch hergebruik in eerste instantie aandacht. Waar hergebruik niet geschikt is, wil het plan ook sloop en landschapsherstel mogelijk maken. Tegelijk blijft er ruimte voor landbouwbedrijven om te verduurzamen en zich te ontwikkelen, met zorgvuldig ruimtegebruik en aandacht voor water, bodem en landschap.
Voor ondernemers wil het BRV meer mogelijk maken op bestaande terreinen. Gebouwen slimmer indelen, waar passend hoger bouwen en infrastructuur delen kunnen uitbreidingen mogelijk maken zonder dat een bedrijf meteen moet verhuizen. Goed gelegen reservegronden en onderbenutte sites moeten beter beschikbaar komen voor economische activiteiten.
Het plan wil ook verouderde voorschriften aanpakken die innovatie of nieuwe activiteiten onnodig hinderen. Denk aan ondernemingen die materialen hergebruiken of nieuwe productieprocessen ontwikkelen. Meer flexibiliteit moet samengaan met goed terreinbeheer en aandacht voor de omgeving. Activiteiten die samengaan met wonen kunnen een plek krijgen in gemengde buurten. Bedrijven met veel hinder of grote infrastructuurnoden hebben geschikte terreinen nodig.
Het plan wil winkels en dagelijkse voorzieningen in de kernen versterken. Dat brengt leven in het centrum en helpt inwoners om hun boodschappen en andere verplaatsingen dichter bij huis te doen. Meer woningen in een kern kunnen ook extra draagvlak geven aan een buurtwinkel, kinderopvang of andere lokale voorzieningen.
Via Lokale Bouwshift Deals wil Vlaanderen partnerschappen sluiten met lokale gebiedswerkingen. Daarin kunnen besturen over gemeentegrenzen heen afspraken maken over woningen, bedrijvigheid en de bescherming van open ruimte, gekoppeld aan prioriteiten en een investeringsprogramma. Het plan voorziet daarnaast in een bijsturing van het Lokaal Bouwshiftfonds, met aandacht voor meer voorspelbare vergoedingen en het beperken van financiële risico’s bij herbestemmingen.
Het voorontwerp is een volgende stap naar een definitief Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Eerst volgt nog overleg met o.a. lokale besturen en adviesraden. Waarna hun input mee vorm zal geven aan het onwerp BRV. Over het ontwerp volgt nadien een openbaar onderzoek waarin ook inwoners kunnen reageren. De beleidskaders kunnen later worden aangevuld of geactualiseerd binnen de richting van de strategische visie.
De doelstelling van netto nul bijkomend ruimtebeslag in 2040 laat verdere ontwikkeling toe. Vlaanderen wil wel nieuwe behoeften eerst opvangen binnen de ruimte die het al gebruikt. Waar toch bijkomende open ruimte nodig is, moet daar het vrijmaken en herstellen van ingenomen ruimte tegenover staan.
Het voorontwerp wijzigt op zichzelf geen perceelsbestemmingen en voert de aangekondigde regelingen niet meteen in. Daarvoor volgen concrete plannen, regelgeving en uitvoeringsbeslissingen. Ook de financiering vraagt verdere uitwerking: de beschikbare middelen dekken de volledige opgave vandaag slechts gedeeltelijk.