Op 10 maart 2026 publiceerde imec haar 18e digimeter. Daaruit blijkt dat artificiële intelligentie (AI) zich veel sneller door de samenleving verspreidt dan eerdere technologieën: generatieve AI had slechts 3 jaar nodig om de grens van 40% penetratie te bereiken.
Dat punt wordt gezien als het punt waarbij een technologie definitief voet aan de grond krijgt bij de bredere bevolking.
Burgers gebruiken AI voornamelijk voor informatievergaring en om productiviteitswinsten te realiseren. In dat laatste geval gaat het bijvoorbeeld om schrijven, vertalen, samenvatten en zelfs coderen of studeren. 70% van alle werkenden geeft aan te hebben geëxperimenteerd of gebruik gemaakt te hebben van generatieve AI op het werk.
Uit het rapport blijkt dat AI de digitale kloof vergroot en er zelfs een nieuwe dimensie aan toevoegt: de uitbestedingskloof. Daarmee wordt bedoeld dat mensen door het gebruik van generatieve AI beginnen twijfelen over de grens tussen een efficiënt en gecontroleerd gebruik van AI en het te vergaand uitbesteden van cognitieve taken aan technologie. Eén op drie actieve AI-gebruikers heeft aangegeven door het gebruik van generatieve AI minder na te denken dan vroeger. Voor de andere pijlers van de digitale kloof - toegang, vaardigheden en attitude - wordt onder meer gesignaleerd dat 33% van de Vlamingen niet weet hoe ze generatieve AI moeten gebruiken.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de minister-president:
- Wat is de reactie van de minister-president op de resultaten van de digimeter 2025 op het vlak van de digitale kloof rond artificiële intelligentie?
- Welke mogelijkheden ziet de minister-president om vanuit het beleid in te zetten op het dichten van de verschillende dimensies van de digitale kloof rond artificiële intelligentie?
Minister-president Diependaele antwoordde:
"De resultaten van de digimeter bevestigen dat artificiële intelligentie zich zeer snel verspreidt in de samenleving en steeds vaker wordt gebruikt door burgers en werknemers, onder meer voor informatieverwerking en productiviteitsverhoging. Die evolutie biedt belangrijke kansen voor innovatie, efficiëntie en economische groei. Tegelijk wijzen de cijfers erop dat niet iedereen in dezelfde mate vertrouwd is met het gebruik van generatieve AI. Net zoals bij eerdere digitale technologieën kan daardoor een nieuwe dimensie van de digitale kloof ontstaan, bijvoorbeeld als bepaalde groepen onvoldoende vaardigheden hebben om AI-toepassingen op een kritische en doordachte manier te gebruiken. Het is daarom belangrijk dat burgers niet alleen toegang hebben tot digitale technologie, maar ook beschikken over de nodige digitale en AI-vaardigheden om die technologie bewust en verantwoordelijk te gebruiken. In een snel evoluerend technologisch landschap blijft het ontwikkelen van die vaardigheden in belangrijke mate een gedeelde verantwoordelijkheid van burgers, onderwijsinstellingen, bedrijven en overheid. Vanuit het Vlaamse beleid wordt daarom ingezet op initiatieven die burgers beter informeren over artificiële intelligentie en hen ondersteunen bij het ontwikkelen van digitale en AI-competenties.
De Vlaamse overheid zet reeds via verschillende initiatieven in op sensibilisering, kennisopbouw en het versterken van AI-vaardigheden bij burgers. Wij werken via verschillende kanalen aan flankerend AI-beleid. Een voorbeeld is het burgerwetenschapsprogramma amai!, waarmee we burgers meer proberen te betrekken in de wereld van AI. In het kader van Flanders Technology & Innovation (FTI) zal amai! ook een rol gaan spelen rond bewustwording inzake AI bij burgers.
Ook binnen het Kenniscentrum Data & Maatschappij wordt gewerkt aan maatschappelijke duiding rond AI. Het kenniscentrum ontwikkelt onder meer toegankelijke informatie, studiedagen en beleidsadvies rond de maatschappelijke impact van data en artificiële intelligentie, met aandacht voor ethische en maatschappelijke vraagstukken. Verder wordt via de Vlaamse AI Academie (VAIA) ingezet op het versterken van AI-kennis en -opleidingsaanbod in Vlaanderen. In de komende periode wordt VAIA verder vernieuwd op basis van de evaluatie uit 2025.
Samen dragen deze initiatieven ertoe bij dat burgers beter geïnformeerd raken over artificiële intelligentie en dat de nodige vaardigheden ontwikkeld worden om AI op een bewuste en verantwoordelijke manier te gebruiken. Binnen de beschikbare middelen blijft de Vlaamse overheid inzetten op sensibilisering, kennisdeling en samenwerking met maatschappelijke partners om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk burgers kunnen deelnemen aan de digitale en AI-gedreven samenleving."
Stijn De Roo: "Het gaat razendsnel. Artificiële intelligentie kun je eigenlijk geen evolutie noemen. Het is een echte revolutie. Uit een aantal recente studies blijkt ook dat de vaardigheden inzake artificiële intelligentie alleen maar belangrijker worden: kennis van waarover het precies gaat, maar ook een kritische ingesteldheid inzake het gebruiken van die technologie. We moeten vooral inzetten op de vaardigheden van heel veel meer Vlamingen, zodat we ook binnen Vlaanderen kunnen pionieren in die technologie."
Je kan de vraag van Stijn hier herbekijken.