Dagelijks 3 lichtjes verkocht: "Maak werk van fietsautomaten in de drukste stations"
In de fietsenstallingen onder De Krook onder de Sint-Michielsbrug (Graslei) kunnen fietsers dag en nacht terecht bij een ‘Fiets-O-Mat’.
Vlaams Parlementslid Stijn De Roo stelde een schriftelijke vraag aan minister-president Matthias Diependaele over het onderscheid tussen experimentregelgeving en regelluwe zones. Hoewel beide instrumenten bedoeld zijn om innovatie en beleidsvernieuwing te stimuleren, blijkt de toepassing en terminologie in Vlaanderen niet altijd eenduidig. De minister-president bevestigde dat regelluwe zones gericht zijn op het tijdelijk buiten toepassing stellen van bestaande regels, terwijl experimentregelgeving experimentele, tijdelijke regels invoert. Stijn De Roo pleitte voor een duidelijke terminologische harmonisatie binnen de regering en administratie, zodat beleidsmakers en ondernemers beter hun weg vinden in dit complexe kader.
In het regeerakkoord staat:
De juridische definitie voor regelluwe zones vinden we terug in art. III. 119, tweede lid, 2° van het Bestuursdecreet van 7 mei 2018 dat ze omschrijft als volgt: 'tijdelijke regelgeving met een geldingsduur van maximaal tien jaar, die bestaande regelgeving voor een specifieke ruimte of voor een specifieke doelgroep of in een specifieke situatie buiten toepassing stelt.'
In Vlaanderen wordt momenteel enkel gebruikgemaakt van regelluwe zones met betrekking tot energie. Enkel daarvoor is er dan ook een specifieke regelgeving zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Er bestaat momenteel slechts één regelluwe zone: Thorpark in Genk. In het Thorpark wordt door EnergyVille onderzoek gedaan naar het transport van energie en wordt er bijvoorbeeld al energie uitgewisseld tussen de verschillende gebouwen op de site.
Het concept van regelluwe zones staat erg dicht bij het concept van experimentenwetgeving. Experimentenwetgeving wordt in het Bestuursdecreet (art. III.119, tweede lid, 1°) gedefinieerd als: 'experimentregelgeving is tijdelijke regelgeving met een geldingsduur van maximaal tien jaar, die geldt voor een specifieke ruimte of voor een specifieke doelgroep of in een specifieke situatie, en die bij wijze van experiment wordt ingevoerd.'
Maar er is ook nog andere gerelateerde terminologie. Zo werd er tijdens de vorige regering ook gebruikgemaakt van proeftuinen in verschillende domeinen, bijvoorbeeld met betrekking tot circulair bouwen, droogte, voeding-water. Het betrof dan voornamelijk expertisecentra of investeringen in innovatieve technologie en het uittesten ervan. Met betrekking tot het onderwijs, wordt het begrip proeftuinen vaak gebruikt voor bepaalde experimenten die afwijkingen kunnen toestaan van wettelijke of decretale bepalingen. Maar de correcte juridische term in het onderwijs dient 'tijdelijke projecten' te zijn, conform het decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs. De term tijdelijke projecten houdt echter in wezen een experimentregelgeving in, als men artikel 4 van datzelfde decreet leest. Het regeerakkoord vermeldt eveneens weer 'proeftuinen', bijvoorbeeld met betrekking tot onderwijs, VDAB, maar ook tot AI. Maar al die gevallen lijken te slaan op experimentregelgeving of regelluwe zones. Met betrekking tot AI betreft het een 'regulatory sandbox' zoals voorgeschreven in de AI-Verordening, dit wil zeggen een type regelluwe zone. Het gebruik van verschillende terminologie is verwarrend.
Stijn diende o.a. op basis van deze vraag een conceptnota in over regelluwe zones en de versterking van innovatie in Vlaanderen. Je kan de conceptnota *hier* lezen.
In de fietsenstallingen onder De Krook onder de Sint-Michielsbrug (Graslei) kunnen fietsers dag en nacht terecht bij een ‘Fiets-O-Mat’.
Stadskermissen zijn een waardevolle traditie in onze stad en brengen elk jaar in onze deelgemeenten vele duizenden mensen samen.
De markt van elektrisch verticaal opstijgende en landende vliegtuigen (de zogenaamde «eVTOL», «electric vertical take-off and landing») is wereldwijd volop in ontwikkeling.