Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) informeerde bij bevoegd minister en partijgenoot Jo Brouns naar de ondersteuning van de Vlaamse start-ups.
Hij stelde de vraag naar aanleiding van Imec.istart, het begeleidingsprogramma voor start-ups van het onderzoeksinstituut imec, dat op dinsdag 16 mei 2023 werd uitgeroepen tot beste aan een universiteit gelinkte accelerator ter wereld. De punten werden verdeeld op basis van drie criteria: de impact die een accelerator heeft op het ecosysteem van start-ups, de performantie van het begeleidingsprogramma en de performantie van de start-ups in de portfolio.
Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat het Fund een zogenaamd evergreenfonds is van 30,5 miljoen euro, van waaruit investeringen tussen 50.000 en 250.000 euro per start-up gedragen worden. Het fonds werd in 2017 gecreëerd samen met een aantal private partners. Naast imec en het Vlaamse Gewest hebben acht andere partijen hierin mee geïnvesteerd: BNP Paribas Fortis, ING België, De Cronos Groep, Telenet, Verhaert, Nuhma, EFIN en de Vlaamse Energieholding. De karakterisatie als ‘evergreen’ bestaat erin dat middelen uit participaties in de ondersteunde start-ups terugvloeien naar het fonds en geherinvesteerd worden in nieuwe, beloftevolle start-ups.
In het nieuwe convenant, voor de periode 2022-2026 afgesloten met imec, werd specifiek voor de werking van imec.istart als acceleratieprogramma geen verhoging van de werkingsmiddelen voorzien ten opzichte van de vorige convenantperiode, behoudens een gedeeltelijke indexering. Deze middelen bedragen ongeveer 4,2 miljoen euro per jaar en ze dienen om zowel de werking als de investeringscapaciteit van het imec.istart Fund te helpen dragen.
Op de vraag welk onderdeel van de werkingsmiddelen voor de tweede strategische doelstelling van imec wordt voorzien, is niet eenduidig te antwoorden, aldus de minister. De beide strategische doelstellingen van imec zijn: het verrichten van grensverleggend strategisch onderzoek inzake nano-elektronica en digitale technologie om de bouwblokken te ontwikkelen die bijdragen tot een beter leven in onze duurzame samenleving en de nieuwe ontwikkelingen via partnerships of start-ups naar de markt brengen en bedrijven en universiteiten helpen om toegang te krijgen tot de nieuwe technologieën.
De opstap in werkingsmiddelen wordt voorzien voor een specifieke doelstelling in het convenant van imec, namelijk systeemdemonstratie. De kern van de groeistrategie van imec voor de aankomende periode bestaat immers uit het koppelen van technologie-innovatie aan een systeemintegratietraject, gedreven vanuit een sterke systeem- en applicatievisie. Dat is een strategische lijn die imec samenvat onder de term ‘systeem-technologie co-optimaliisatie’ (STCO).
Het bij elkaar brengen van verschillende technologiecomponenten en de integratie daarvan op een sterk platform van imec opent de deur naar een heel nieuwe set van partners met verschillende systeem- en applicatiebedrijven. Een recent voorbeeld van die strategie is de imec-ademtest.
Wat betreft de ecosystemen: Vlaanderen heeft een heel rijk landschap aan kennisinstellingen en heel wat incubatoren, businessacceleratoren, financiers en andere ondersteunende organisaties. In dat sterke ecosysteem zijn al die actoren met elkaar verbonden en werken zij samen. Daarin is Vlaanderen toch wel vrij uniek.
Het VLAIO-netwerk (Agentschap Innoveren en Ondernemen) draagt hieraan bij door diverse lerende netwerken te organiseren om de actoren binnen die ecosystemen ook samen te brengen en zo de verschillende ecosystemen met elkaar te verbinden.
Momenteel wordt de aanbesteding voorbereid voor het nieuwe contract ondernemerschap voor de innovatieversnelling voor de periode 2024-2028, met aandacht voor doelgroepen, start-ups en scale-ups.
De erkenning die imec.istart recent ontving, is een mooi resultaat van het sterke ecosysteem dat al is uitgebouwd. Sinds 2011 steunt de Vlaamse Regering via verschillende convenanten met achtereenvolgens het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT), iMinds en imec het initiatief via een jaarlijkse dotatie. De bereikte toppositie is in deze natuurlijk belangrijk.
Wat betreft de plannen voor specifieke initiatieven, onderstreept minister Brouns dat hierin een belangrijke rol is weggelegd voor de private sector, voor de sectoren van het durf- en risicokapitaal. Die fiscaal competitieve omgeving blijft daarbij belangrijk.
De voorbije jaren zijn al heel wat initiatieven genomen. Zo is er imec.istart voor technologie-start-ups, gelinkt aan vestigingen van imec, maar ook de Biotope voor biotech-start-ups in Gent, EdTech Station in Kortrijk, ook bekend in het kader van het onderwijs, voor start-ups in de sector van educatieve technologie. Dan is er ook de Flanders Game Hub, eveneens in Kortrijk, voor start-ups in de gaming-sector, Bluechem in Antwerpen voor de duurzame start-ups in de chemisch industrie, IncubaThor in Genk voor energie en smart manufacturing,
Al die initiatieven hebben als doel om hotspots te creëren die start-ups in specifieke domeinen aantrekken. Qua investeringskosten is ondersteunen telkens mogelijk gemaakt. Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) heeft daar een extra impuls aan kunnen geven. De middelen uit Vlaamse Veerkracht zijn daar additioneel aan toegevoegd. Die incubatoren moeten alle kansen krijgen.
Stijn De Roo: “We mogen trots zijn op de bereikte toppositie van imec.istart. Het is dankzij een volgehouden financiering vanuit Vlaanderen dat imec is kunnen uitgroeien tot zo’n waardevol instituut, dat zich vertaalt in de internationale, en zelfs wereldwijde ranking.
Er komt een zekere focus wat soort start-ups betreft. De meeste start-ups zijn actief in medtech, de gezondheidstechnologie; gevolgd door een aantal zakelijke softwarediensten; daarna gaat het over technologie en media.
Het zijn die start-ups die we nodig hebben om vanuit onze kennisinstellingen verder te implementeren in de praktijk en om daar ook effectief meerwaarde rond te creëren.”
Het verslag van mijn vraag vind je hier.