In een recent opiniestuk van Geert Moerman wordt de goedkeuring van een omgevingsvergunning voor het VOKA-gebouw aan de Zuid in Gent aangekaart.
Op 27 maart 2025 keurde het Gentse stadsbestuur een omgevingsvergunning goed voor een aanvraag tot het aanbrengen van bloembakken aan de gevel van het VOKA-gebouw aan de Zuid. Deze aanvraag werd niet ingediend door de eigenaar van het gebouw, maar kaderde in het artistiek project "Bouwaanvraag" - een samenwerking tussen 4 architecten. Het project werd gesubsidieerd via het Kunstendecreet en kwam tot stand met de steun van UGent (Vakgroep Architectuur en Stedenbouw), KU Leuven (Departement Architectuur), de Stadsbouwmeester Gent en kunstorganisatie 019.
Naast de bouwaanvraag "Bloembakgevel" werden in onze stad ook "Urbis Beukenbos", een "begraafweide" aan de KBC Arteveldetoren en "Het Tuintje van Charles" uitgewerkt.
Dat de bouwaanvraag voor "Bloembakgevel" niet door de eigenaar werd ingediend leidde tot onbegrip bij de betrokken organisatie. Hoewel het juridisch mogelijk is om als niet-eigenaar een omgevingsvergunning aan te vragen, roept dit dossier vragen op. De eigenaar werd niet geïnformeerd, noch betrokken, en de aanvraag werd behandeld als een reguliere en uitvoerbare bouwaanvraag, inclusief adviesprocedures en formele ondertekening door het college van burgemeester en schepenen. Bovendien was ook de Gentse stadsbouwmeester betrokken.
Gents gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover enkele vragen aan de bevoegde schepen, Christophe Peeters:
- Hoe wordt omgegaan met de werkdruk bij administraties wanneer zij – zoals in het aangehaalde dossier – tijd en capaciteit moeten investeren in dossiers waarvan bij voorbaat duidelijk is dat deze geen uitvoering zullen kennen?
De schepen antwoordde: “Anders dan vele andere bouwprojecten aan deze stad heeft voor dit dossier geen voortraject gelopen. Voorafgaand aan het indienen van dit dossier is er dus door onze omgevingsambtenaren geen tijdsinzet geweest.
Dat de behandeling van dit dossier tijd heeft gekost binnen de administratie gaan we niet ontkennen. Het ging daarbij om een beperkte tijdsinzet van een eenvoudige aanvraag volgens de vereenvoudigde procedure. Deze tijdsbesteding durven we verwaarloosbaar noemen ten opzichte van andere projecten, vragen en aanvragen, denk maar het verkopen van grotere sites of gebouwen, waarbij meerdere projectontwikkelaars of investeerders voor eenzelfde site onze aandacht vereisen om hun voorstellen te bekijken, te begeleiden en te beoordelen. Voor een aantal van deze projecten die begeleid worden, weten we dat in het beste geval slechts één van deze kandidaten de nieuwe eigenaar wordt.
Onze omgevingsambtenaren begeleiden en beoordelen de vergunbaarheid van een project. Zij hebben daarbij nooit zicht of de afgeleverde vergunning door de private initiatiefnemer wel zal uitgevoerd worden. Dit is trouwens ook geen criterium om te beoordelen.”
- Werd het schepencollege vóór het goedkeuren van de omgevingsvergunning geïnformeerd over de aard en context van het project, met name dat het ging om een symbolisch artistiek experiment en dat de aanvragers geen eigenaar van het pand waren?
De schepen antwoordde: “Neen.”
- Welke rol speelde de stadsbouwmeester bij het tot stand komen van het project "Bouwaanvraag", en op welke manier werd zijn betrokkenheid afgestemd met het stadsbestuur en de administratie?
De schepen antwoordde: “Deze omgevingsvergunningsaanvraag waarvan sprake kadert in een artistiek project waarbij met steun van Vlaanderen, de Ugent en de Gentse en Brusselse bouwmeesters enkele projecten zijn onderzocht op welke manier radicaal anders kan omgegaan worden met de kwalitatieve open ruimte. Deze aanvraag is gegroeid vanuit een academische opdracht en is uiteindelijk ook doorvertaald in de praktijk met het indienen van een aanvraag voor omgevingsvergunning. De architecten die deze aanvraag hebben ingediend maken deel uit van het Architectuur Platform Gent dat bestaat uit stadsbouwmeester Gent, Archipel vzw, Design Museum Gent, STAM Gent, sogent, en de Gentse ontwerpafdelingen van KU Leuven, UGent en HOGENT.
Het Architectuur Platform Gent zijn dus acht Gentse organisaties die de krachten bundelen in een platform, een soort inhoudelijke programmaraad. Samen beramen zij acties om architectuur in Gent de plaats te geven die het verdient. Het Festival van de Architectuur in Gent in 2019 is daar een voorbeeld van. Met andere voorbeelden, zoals deze omgevingsvergunningsaanvraag wensen zij te slagen in het bereiken van een groter publiek, in het succesvol agenderen van belangrijke architecturale thema’s en uitdagingen, in het engageren van de sector en het uitwisselen van expertise, in het scheppen van een sterker architectuurklimaat en in het verhogen van lokale en internationale uitstraling.
Wat betreft de rol van de stadsbouwmeester, de stadsbouwmeester heeft het project Bouwaanvraag enkel intellectueel ondersteund, in het licht van de maatschappelijke en ruimtelijke thematiek die het aankaart.
De steun van de stadsbouwmeester was louter principieel – hij was geen partner, noch betrokken partij in het project zelf. Hij heeft geen tijd of middelen ingezet, geen van de dossiers voorbereid of beoordeeld, en hij wist op voorhand niet welke concrete cases het project zou omvatten. Ook de beslissing om effectief omgevingsaanvragen in te dienen werd buiten hem om genomen, en pas achteraf vernomen.
Het project werd ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap (via het Kunstendecreet) en gerealiseerd in samenwerking met diverse architectuuropleidingen.
De vermelding van de stadsbouwmeester in de projectcommunicatie verwijst enkel naar de algemene principiële steun die hij verleende.
Met deze toelichting is aangegeven in welke relatie en hoedanigheid de Gentse Stadsbouwmeester in dit verhaal betrokken is.”
- Is er binnen de Gentse administratie een procedure of interne richtlijn die toelaat om aanvragen die duidelijk kaderen in een symbolische actie of waarin eigenaars niet betrokken zijn, apart te behandelen of bijkomend te signaleren aan het beleid?
De schepen antwoordde: “Er is binnen het team van de omgevingsambtenaren geen specifieke richtlijn voor dit soort aanvragen. Het zou trouwens bijzonder moeilijk zijn om bij de start van de behandeling te oordelen of dit nu een symbolische actie betreft, dan wel een aanvraag die nooit zal worden uitgevoerd of dat het om een aanvraag gaat waarvan de eigenaar nog geen bouwrecht heeft gegeven aan de aanvrager. Dit lijkt ons ook niet te behoren tot de taak van de omgevingsambtenaar, wel om de vergunbaarheid van het aangevraagde te beoordelen.
Het gebeurt immers vaak dat omgevingsdossiers worden ingediend waarbij de aanvrager niet overeenstemt met de eigenaar van het perceel. Denk maar aan ontwikkelaars of bouwpromotoren van projecten waarbij gewerkt wordt met een erfpachtovereenkomst of opstalrecht.
Helemaal in de geest van het omgevingsvergunningendecreet worden in deze dossiers dan ook geen stukken gevraagd of onderzoek gedaan naar de burgerrechtelijke overeenkomst inzake het bouwrecht. Dit is ook niet nodig omdat het loskoppelen tussen beide aspecten wordt geregeld in artikel 78 van het omgevingsvergunningendecreet, dat aangeeft:
- §1. De omgevingsvergunning heeft een zakelijk karakter. Ze wordt verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed. De beslissingen genomen op grond van dit decreet doen geen afbreuk aan de burgerlijke rechten van derden.
- §2. In afwijking van paragraaf 1 doet een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door de mens gevestigde erfdienstbaarheden en bij overeenkomst vastgestelde verplichtingen met betrekking tot het grondgebruik teniet voor zover ze onverenigbaar zijn met de omgevingsvergunning en uitdrukkelijk in de vergunningsaanvraag zijn vermeld. De afgifte van de omgevingsvergunning verhindert op geen enkele wijze dat de begunstigden van de erfdienstbaarheden of verplichtingen een eventueel recht op schadeloosstelling ten laste van de aanvrager uitoefenen.
Zo heeft een afgeleverde omgevingsvergunning geen weerslag op burgerrechtelijk vlak (en vice versa) en levert het College de vergunning af onder voorbehoud van een bouwrecht dat burgerrechtelijk wordt bepaald.
In hun onafhankelijke en onpartijdige rol behandelen alle omgevingsambtenaren alle inkomende dossiers op dezelfde wijze zonder voorafgaande toetsing van de burgerrechterlijke aspecten. Dit is ook zo in dit dossier gelopen.”
Stijn De Roo: "Het verloop van dit dossier en de betrokkenheid van de stadsbouwmeester is opmerkelijk en roept vragen op. De steun van de stadsbouwmeester vormt een kwaliteitslabel voor de stad Gent, dat we niet mogen laten uithollen.”
Je kan de vraag van Stijn hier herbekijken.
Foto: Eduard Delputte