Mijn Burgerprofiel geeft burgers toegang tot hun officiële gegevens en overheidsadministratie. Ze kunnen er onder meer attesten opvragen, dossiers opvolgen en een overzicht terugvinden van hun persoonlijke gegevens.
Elke burger heeft een burgerprofiel; er is geen individuele registratie nodig.
In zijn antwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) in maart 2025 meldde de minister-president dat er een digitale assistent zou worden geïntegreerd in Mijn Burgerprofiel om het gebruiksgemak ervan te verhogen. In november 2025 liet de minister-president weten dat Digitaal Vlaanderen samen met drie entiteiten onderzocht hoe één VO-brede digitale assistent kan aangeboden worden die gebruikers informeert en antwoorden geeft. Op het moment van antwoorden zat dit initiatief nog in een proeffase.
Op de website van Digitaal Vlaanderen worden een aantal proefprojecten van de digitale assistent beschreven.
Stijn stelde hierover volgende opvolgvragen:
- Welke entiteiten zijn naast Digitaal Vlaanderen betrokken bij het ontwikkelen van de digitale assistent?
- Welke rol vervullen deze verschillende entiteiten in de ontwikkeling, het beheer en de verdere uitrol van de digitale assistent?
- Graag een overzicht van de proefprojecten met vermelding van de betrokken partijen, de scope, de timing en de resultaten.
- Welke criteria worden gehanteerd om de proefprojecten te evalueren?
- Welk plan van aanpak wordt gehanteerd voor de verdere ontwikkeling? Welke projecten of projectfases worden nog gepland en wat is daarvan de timing?
- Wat is de timing voor het integreren van de digitale assistent in Mijn Burgerprofiel en de website vlaanderen.be?
- Welke impact verwacht de minister-president van de digitale assistent op de dienstverlening aan burgers enerzijds en op de werklast van de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds?
Minister-president Diependaele antwoordde:
"Bij de ontwikkeling van de Digitale Assistent neemt Digitaal Vlaanderen de centrale regie- en platformrol op. Dit betekent dat we het centrale kader uitwerken en realiseren waarbinnen de noden van de betrokken partners opgenomen worden. De inhoudelijke uitwerking gebeurt momenteel samen met drie VO-partners: WEWIS voor Vlaams Zorgkrediet, VUTG voor het Groeipakket en VLABEL voor Onroerende Voorheffing. Voor de technische realisatie wordt samengewerkt met de technologiepartners actief in perceel 5 Applicatiediensten van de ICT-Raamcontracten, respectievelijk Cronos, DXC-Cegeka en Eviden/Atos.
De ontwikkeling, het beheer en de verdere uitrol van de Digitale Assistent gebeuren in een samenwerking tussen verschillende partijen met complementaire rollen. Digitaal Vlaanderen neemt de centrale regie op en is verantwoordelijk voor de platformvisie, architectuur, governance, kwaliteitskader, privacy- en veiligheidsafspraken en de overkoepelende uitrolstrategie.
De drie VO-partners, WEWIS, VUTG en VLABEL, treden op als inhoudelijke domein-eigenaars. Zij bepalen en valideren de scope van hun piloot, leveren de inhoudelijke expertise en broninformatie aan, beoordelen de kwaliteit van de antwoorden door de Digitale Assistent en blijven verantwoordelijk voor de juistheid en actualiteit van de domeinspecifieke informatie die door de Digitale Assistent gebruikt wordt.
De P5-partners, Cronos, DXC-Cegeka en Eviden/Atos, staan in voor de technische realisatie en doorontwikkeling van de Digitale Assistent. Zij bouwen en integreren de AI agents, de orchestratie hiertussen, de onderliggende technische componenten en de nodige beheer- en kwaliteitsmechanismen, telkens binnen de architecturale en governancekaders opgesteld door Digitaal Vlaanderen.
Samen vormen deze partijen het ecosysteem waarbinnen de Digitale Assistent evolueert van afzonderlijke proefprojecten naar een herbruikbaar overheidsbreed platform om via AI overheidsdienstverlening digitaal en in mensentaal beschikbaar te stellen.
De proefprojecten rond Vlaams Zorgkrediet, Groeipakket en Onroerende Voorheffing vormen de eerste publieke domeinpiloten van de Digitale Assistent. Ze evolueren van afzonderlijke ‘proof of concepts’ medio 2025 met een eerste werkende geïntegreerde versie naar een gecontroleerde pilootfase medio 2026, waarin een informatieve versie van de Digitale Assistent in realistische omstandigheden wordt gevalideerd op gebruikerservaring, kwaliteit, performantie, privacy en operationele werking.
De scope blijft in deze fase bewust beperkt tot informatie, d.w.z. het beantwoorden van vragen op basis van gevalideerde broninformatie, zonder persoonlijke dossierinzage of transacties. Dit traject levert de basis voor verdere opschaling naar bijkomende domeinen, entiteiten en meer geavanceerde vormen van digitale dienstverlening.
De proef- of pilootprojecten worden geëvalueerd op hun functionele geschiktheid, inhoudelijke correctheid, gebruikerservaring, technische performantie, privacy- en veiligheidsconformiteit, operationele beheersbaarheid, kostenefficiëntie en schaal-baarheid. Daarbij evalueren we enerzijds hoe zowel de eindgebruiker als de betrokken entiteit van de Vlaamse Overheid tevreden zijn met de interactie met de assistent, en anderzijds of de aanpak voldoende betrouwbaar, herbruikbaar en beheersbaar is om de Digitale Assistent verder uit te bouwen naar bijkomende domeinen en entiteiten.
De verdere ontwikkeling van de Digitale Assistent gebeurt gestaag, gecontroleerd en gefaseerd. Hierbij volgen we het logische pad van opschaling: eerst uitrollen naar meer gebruiksscenario's om efficiënter te worden in wat we al bouwden, en vervolgens verdere vormen van AI agents onderzoeken in functie van de evolutie van strategische autonomie, onder meer in de toegepaste taalmodellen, dataverwerking en hosting. In 2026 ligt de focus op de versterking van de informatieve rol van de Digitale Assistent: de bestaande proefprojecten worden gevalideerd, geïntegreerd in vlaanderen.be, en het onderliggende platform wordt verder uitgebouwd op vlak van orchestratie, agentlaag, kwaliteitsbewaking, monitoring, contentbeheer, privacy en veiligheid.
Daarna zal ook de kennisbasis van de Digitale Assistent groeien. Het aantal aangesloten kennisdomeinen, dienstverleningen en entiteiten van de Vlaamse overheid wordt stapsgewijs uitgebreid, telkens binnen een duidelijk kwaliteits-, governance- en veiligheidskader. Ook voor lokale besturen wordt dit ecosysteem opengesteld, zodat de Digitale Assistent evolueert van enkele afgebakende proefprojecten naar een herbruikbaar overheidsbreed platform voor digitale dienstverlening.
Parallel groeit de Digitale Assistent ook stap voor stap in kunde. Vanuit een oriënterende en informatieve rol evolueert de Digitale Assistent vanaf 2027, onder meer via Mijn Burgerprofiel, naar meer persoonlijke en contextuele ondersteuning. In latere fases kan dit doorgroeien naar transactionele dienstverlening, waarbij de Vlaming begeleid wordt bij concrete stappen in een proces, en op langere termijn naar proactieve dienst¬verlening, waarbij de Vlaming gericht wordt geïnformeerd of ondersteund op basis van relevante levensgebeurtenissen, rechten, verplichtingen of lopende dossiers.
De verdere integratie van de Digitale Assistent verloopt gefaseerd. In eerste instantie wordt de assistent geïntegreerd op vlaanderen.be, met een eerste ingebruikname voorzien in het derde kwartaal van 2026. Daarmee wordt de Digitale Assistent zichtbaar en toegankelijk binnen het centrale informatiekanaal van de Vlaamse overheid.
De integratie in Mijn Burgerprofiel volgt in een latere fase en is voorzien vanaf 2027. Die stap is belangrijk omdat de Digitale Assistent daar kan evolueren van het aanbieden van een louter informatieve ondersteuning naar het aanbieden van meer contextuele en, op termijn, gepersonaliseerde dienstverlening binnen de beveiligde omgeving van deze veelgebruikte app.
De Digitale Assistent moet de dienstverlening aan burgers laagdrempeliger, sneller en begrijpelijker maken. Burgers krijgen op een natuurlijke manier toegang tot overheidsinformatie, op het juiste moment, zonder vooraf te moeten weten welke dienst bevoegd is of waar/op welk bestuursniveau de juiste informatie zich bevindt. De Digitale Assistent helpt hen om hun vraag te verduidelijken, geeft begrijpelijke antwoorden op basis van gevalideerde broninformatie en verwijst waar nodig gericht door naar het juiste kanaal of de juiste dienst. Binnen de juiste context van strategische autonomie, kan dit soort dienstverlening op termijn evolueren naar meer gepersonaliseerde en transactionele ondersteuning binnen beveiligde omgevingen zoals Mijn Burgerprofiel.
Voor de diensten van de Vlaamse overheid verwachten we vooral een vermindering van het aantal repetitieve en informatieve vragen en de druk die dit legt op de medewerkers die deze dienen te beantwoorden. Veelvoorkomende vragen zullen automatisch en consistent worden beantwoord, waardoor medewerkers meer ruimte krijgen voor complexere dossiers, uitzonderingen en het geven van begeleiding waar die echt een meerwaarde biedt. Daarnaast kan de Digitale Assistent ook intern ondersteunen, bijvoorbeeld door vragen te categoriseren, e-mails samen te vatten, voorstel¬antwoorden te genereren en kennis sneller toegankelijk te maken voor medewerkers.
De impact zit dus niet alleen in een belangrijke efficiëntiewinst, maar vooral in een betere dienstverlening: de Vlaming wordt sneller en effectiever geholpen ook buiten de kantooruren, terwijl overheidsdiensten hun expertise gerichter kunnen inzetten."