Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) informeerde bij ministers Zuhal Demir (N-VA) en Lydia Peeters (Open Vld) naar de voortzetting van de Oosterweelwerken die gedeeltelijk werden stilgelegd.
Lantis en de Vlaamse overheid werken aan een oplossing voor de (gedeeltelijk) stilgelegde Oosterweelwerken. Na een arrest van de Raad van State van april 2022 kunnen met PFAS verontreinigde gronden niet meer worden verplaatst.
De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekende de impact van de geplande grondverzetswerken op de belasting van het lokale grondwatersysteem door uitloging van PFAS uit de bodem. Ze deden dit via een model, met data van Lantis en binnen een beperkte tijdspanne. VITO stelt dat de complexiteit van de data op Linkeroever van die aard is dat een meer doorgedreven analyse nodig is, die volgens dezelfde methodiek kan worden uitgewerkt door Lantis.
Op de vragen van De Roo antwoordde minister Peeters namens zichzelf en namens minister Demir dat er een meer doorgedreven analyse zal worden doorgevoerd. Deze analyse zal door VITO zelf gebeuren op basis van aangeleverde cijfers vanuit Lantis; VITO beschikt immers over de nodige kennis en methodiek.
De exacte bedragen van de meerkosten zijn nog niet bekend omdat de gevolgen, zoals vertragingen en rendementsverliezen nog steeds lopen. Ook dienen bepaalde gemaakte kosten nog afgerekend worden. De door Lantis genoemde bedragen worden als correct beschouwd.
Het is de bedoeling van de Vlaamse regering om de rechtszekerheid in de toepassing van de grondverzetregeling te waarborgen. Naar aanleiding van de arresten van de van de Raad van State betreffende de conformverklaring van de technische verslagen voor de grondwerken aan de Oosterweelverbinding wordt voorgesteld om de definitie van de kadastrale werkzone in het VLAREBO-besluit te verduidelijken en tekstueel nauwer te laten aansluiten bij de ratio legis van de Vlaamse Regering bij de invoering van de bewuste regelgeving met oog op een grotere rechtszekerheid voor soortgelijke projecten met grondverzet in Vlaanderen.
Daarnaast heeft het VITO een wetenschappelijke onderbouwing aangereikt voor een normenkader PFAS. Minister Demir heeft de OVAM opdracht gegeven voor de juridische vertaalslag. Door middel van een besluit Vlaamse regering wordt voor verontreinigingen met PFAS-verbindingen een richtlijn aangereikt die dient te worden gehanteerd bij het opstellen van technische verslagen in het kader van grondverzet evenals bij de beoordeling van het criterium “(aanwijzing van) ernstige bodemverontreiniging.
De Vlaamse Regering heeft op 28 oktober op advies van OVAM een zogenaamd sitebesluit genomen; een instrument dat reeds lang is voorzien in het Bodemdecreet. De vaststelling van een ruime site rond de 3M fabriek laat een specifieke aanpak toe waardoor grondverzet en saneringswerken door of voor rekening van 3M Belgium parallel kunnen verlopen. Dit geldt niet alleen voor de Oosterweelwerf maar voor alle bouwprojecten die met grondverzet gepaard gaan binnen de vastgestelde site. Het sitebesluit schept daarbij ook een kader dat ervoor zorgt dat grondverzet binnen projecten een eventuele latere bodemsanering niet verhindert. Van een aanpassing van de regelgeving inzake grondverzet zelf, is dus vooralsnog geen sprake.
De verwachting is dat alle grondverzet weer mogelijk wordt in de eerste helft van 2023.
In de schoot van het Saneringsverbond dat gesloten is tussen enerzijds het Vlaamse Gewest/Gemeenschap, VMM, OVAM, de gemeente Zwijndrecht, Lantis en anderzijds de burger- en natuurbewegingen, wordt de oprichting van een beheercomité voorzien. Dit Beheercomité institutionaliseert de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen voormelde partijen bij dit Saneringsverbond inzake de monitoring van de vooropgestelde doelstellingen ervan. Het controleren en opvolgen van de uitvoering van dit Saneringsverbond is de belangrijkste opdracht van het Beheercomité. Daarbij is het Beheercomité ook een adviserend orgaan. Het Beheercomité zal immers adviseren over beslissingen in uitvoering van dit Saneringsverbond, door middel van werkbanken, second opinions en aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn echter informeel van aard en kunnen niet gelijkgesteld worden aan formele adviezen van officiële adviesinstanties zoals OVAM of VMM.
Het Beheercomité dient als een brug tussen de verschillende overheden en Lantis enerzijds, en de lokale gemeenschappen, burger- en milieubewegingen anderzijds. Hierbij is het de bedoeling dat het Beheercomité informatiedeling tussen de Partijen binnen een redelijke termijn mogelijk maakt. Daarnaast is het de bedoeling dat het Beheercomité lokale bezorgdheden capteert over de uitvoering van de sanering van de PFAS-verontreiniging zoals die zich verspreidt over alle blootstellingsroutes.
De leden van het Beheercomité kunnen door middel van het Beheercomité ook bezorgdheden en klachten ten aanzien van de nabijgelegen industrie communiceren naar de bevoegde overheden.
Partijen erkennen dat de taakstelling van het Beheercomité geenszins enige afbreuk kan doen aan de decretaal en reglementair vastgestelde bevoegdheden van onder andere de Vlaamse Regering en OVAM zoals onder meer, doch niet uitsluitend, vastgesteld in het zgn. Bodemdecreet en Omgevingsvergunningendecreet.
Stijn De Roo: “Een sluitend juridisch kader is nodig voor alle grondwerken in Vlaanderen.
Het is vanzelfsprekend dat de Vlaamse regering de rechtszekerheid in de toepassing van de grondverzetregeling wil waarborgen. Het is nodig dat de definitie van de kadastrale werkzone in het VLAREBO-besluit zal verduidelijkt worden met het oog op een grotere rechtszekerheid voor soortgelijke projecten met grondverzet in Vlaanderen.”