Uitrol van meetpunten grondwaternet in Gent na actie 'Curieuzeneuzen in de tuin'

Publicatiedatum

Auteur

Stijn De Roo

Deel dit artikel

In april 2021 werden op tien locaties in onze stad bodemsensoren van ‘CurieuzeNeuzen in de Tuin’ geplaatst om de hitte en droogte te registreren. De locaties waren divers: zowel parken, tuinen als begraafplaatsen werden geselecteerd. In haar antwoord op mijn schriftelijke vraag over het project CurieuzeNeuzen vorig jaar gaf schepen Heyse mee dat Dienst Milieu en Klimaat ging onderzoeken om op korte termijn een real time grondwaterpeilmeetnetwerk op te zetten. 

Dit zou (naar analogie met de geselecteerde locaties voor CurieuzeNeuzen) gaan om een 10-tal punten in Gent waar de grondwaterstanden gemonitord worden.

Fractievoorzitter Stijn De Roo stelde hierover enkele schriftelijke vragen aan schepen Heyse. Hieronder kan u de vragen en antwoorden integraal lezen:

1. Is er ondertussen een grondwaterpeilmeetnetwerk opgezet? Zo ja, graag wat meer uitleg hierover. Zo nee, waarom niet?

"In 2021 werd gestart met de uitrol van een eerste aantal meetpunten van het grondwatermeetnet, met onder meer een onderzoek naar de geschikte locaties en de voorbereiding van o.a. de technische specificaties. Volgende stappen zijn intussen gezet:

  • Er werden in december 2021 22 peilbuizen geplaatst in opdracht van DMK (zie Figuur 1) door de Bodemkundige Dienst van België.
  • Er werd in december 2021 één IOT-toestel aangekocht dat meermaals per dag het grondwaterpeil kan doorsturen. Hiermee zullen testen uitgevoerd worden vanaf februari. Op basis van de resultaten ervan zullen we bepalen of het zinvol is meerdere van zulke toestellen in te zetten.

In de eerste helft van 2022 zullen deze peilbuizen regelmatig manueel opgevolgd worden en zullen oudere bestaande peilbuizen nagekeken worden op bruikbaarheid. In een volgende fase bekijken we of een optimalisatie van het netwerk mogelijk is, maar ook in functie van beschikbare mensen en middelen.

Er zijn gesprekken lopende met dov.vlaanderen.be om de peilbuismetingen (zowel manuele als automatische) via haar performante platform te kunnen delen. Het platform laat ook gebruikers toe om via Aplication Programmable Interface de data te benaderen. De gegevens van bijv. INBO, VMM staan ook op het platform. In de eerste helft van 2022 zal de verdere opstart ondersteund worden door een BIS-medewerker."

2. Kan u een overzicht geven van de punten waar de grondwaterstanden gemonitord worden?

"Voor het grondwatermeetnet werd gezocht naar een goede spreiding van de meetpunten, rekening houdende met

  1. nabijheid van droogtegevoelige natuur waar nog geen peilmetingen gebeuren
  2. zones waar we de impact van bronmaatregelen (vb. regenwaterinfiltratie door wadi) willen evalueren
  3. (toekomstige) stadsontwikkelingsprojecten waar we een belangrijke toename of afname van de verharding verwachten
  4. spreiding doorheen de stad
  5. spreiding tov bestaande meetpunten
  6. ombouwen van bestaande (tijdelijke) meetpunten, meestal opgestart in kader van een wegenis- of bouwproject, naar een permanent meetpunt.

Zoals punt 5 en 6 aangeven, is er reeds een beperkt netwerk van bestaande meetpunten. Deze data werden verzameld en geanalyseerd in kader van de droogtestudie (2021).

Het uitbouwen van een aanvullend grondwatermeetnet is een van de aanbevolen acties uit de droogtestudie. Met de bijkomende meetpunten kunnen lange tijdsreeksen opgebouwd worden.

Enkel de nieuwe meetpunten staan op de kaart aangegeven. Van de eerder aangelegde peilbuizen moet eerst worden vastgesteld welke nog bruikbaar zijn en welke niet."

                                                                              

3. Welke resultaten bracht de actie van ‘CurieuzeNeuzen in de tuin’ met de bodemsensoren? Graag wat meer uitleg hierover.

"Wat de actie CurieuzeNeuzen betreft zijn er resultaten op verschillende schaalniveau’s:

A. Algemene conclusies van het onderzoek

Het onderzoek wou in eerste instantie de impact van langdurige droogteperiodes en hitte verder onderzoeken. Met de zeer natte zomer van 2021 verschoof die focus naar het belang van tuinen (en groenzones) voor de waterhuishouding. Zo bleek dat tuinen vaak als spons voor hun omgeving werken en dat tuinen in de stad tot 10% extra water te verwerken kregen. Naast de resultaten van de bodemanalyse en gazondolkmetingen, werden weerdata van het KMI, satellietdata en de hoogteligging ingezet voor het onderzoek.

Naast informatie over de waterhuishouding en het belang van private tuinen, werd ook heel wat informatie over het hitte-eilandeffect en de verkoelende werking van tuinen en groenzones verzameld.

“Door een statistische analyse van de data over heel Vlaanderen tijdens de koudste nacht (13 april), de warmste nacht (15 juni) en de warmste dag (18 juni) van de meetperiode kwamen de factoren bovendrijven die een rol spelen in de opwarming en afkoeling van onze tuinen. Het goede nieuws: CurieuzeNeuzen in de Tuin toont aan dat we zelf behoorlijk veel in de hand hebben. De inrichting en het onderhoud van onze tuin blijken belangrijke factoren voor een aangenaam tuinklimaat.”

In een reeks artikels bespraken de onderzoekers hun bevindingen, kansen, pijnpunten en aanbevelingen. Hieronder volgt een beknopte samenvatting.

Tuinen nemen drie cruciale functies op:

  1. De tuin als spons

Tuinen zijn heel efficiënte sponzen gebleken en hebben voor de hele periode van het onderzoek ongeveer 60% van het regenwater opgevangen. In de steden en valleigebieden staan de tuinen echter onder druk. Op momenten van extreme neerslag als op 15 juli 2022 kan een groot deel van de neerslag niet in de bodem dringen: er is een maximum hoeveelheid neerslag die bodems in één keer kunnen opnemen voor ze volledig verzadigd zijn. Het overtollige water zal bovengronds moeten afvloeien, met overstromingsgevaar tot gevolg. Dat maximum is onder andere afhankelijk van bodemtype, neerslaghistorie (heel natte, maar ook heel droge bodems kunnen minder water opnemen) en de gezondheid van de bodem (bodems met hoge diversiteit aan bodemleven kunnen meer water opnemen). Als een groot deel van de bodem bovendien wordt afgedekt met beton, asfalt of stenen wordt de capaciteit van de grond als waterbuffer snel kleiner met als gevolg: meer overstromingen. Bovendien bleek dat door de extreme neerslag slechts kortstondig meer bodemvocht aanwezig was in de bodem.

In het onderzoek komt ook het grote belang van (natte) natuur aan bod: natuurgebieden werken efficiënt als supersponzen én zijn belangrijke buffers in droge periodes. Grote gebieden kunnen veel meer water slikken dan gefragmenteerde stukjes groen. En het is zinvoller ze in te richten in valleigebieden en dicht bij steden dan op andere plaatsen..

Om de sponswerking van tuinen te vergroten kan je enerzijds inzetten op meer vegetatie in de tuin. Door de schermwerking van bomen en struiken kan regenwater vertraagd in de bodem sijpelen. Dat geeft vertraging, wat bij een wolkbreuk een cruciaal verschil kan maken. Bomen en planten vormen dus een eerste buffer. Om ons effectief te wapenen tegen extreme regen er eigenlijk maar één grote opgave is, nl. ontharden. Door te ontharden vergroot het insijpeloppervlak en kan je de druk van het systeem halen, waardoor het tuinen­complex nog beter kan werken als één groot sponssysteem. De onderzoekers wijzen erop dat ontharden zowel een taak is van de overheid als van de burger.

  1. De tuin als airco

Het onderzoek stelt dat tuinen essentieel zijn als koelkamers tegen de opwarming van het klimaat. De temperaturen in de tuin waren een belangrijke focus binnen het onderzoek.

Buiten de verwachtingen om, bleken stadstuinen vaak koeler dan de randstedelijke tuinen, ondanks het stedelijk hitte-eilandeffect (dat zich vooral ’s nachts laat voelen). Overdag zijn de tuinbodems in de stad dus niet noodzakelijk warmer dan die buiten de stad (bodemtemperatuur). Stadstuinen zijn vaak kleiner waardoor ze meer schaduw krijgen en bomen en struiken nemen vaker een groot aandeel van de ruimte in. Een koele tuinbodem is belangrijk voor de gezondheid van planten en bodemleven, maar werkt ook als een airco voor je tuin. De warmste tuinen vind je overdag in de stadsrand: met meer open ruimte en grotere korte gazonoppervlakten waar de zon de bodem makkelijker opwarmt.

Terwijl stadstuinen overdag verkoeling brengen, verliezen ze ’s nachts hun rol als airco.

Het hitte-eiland effect verhindert mee dat er in Vlaamse steden nog een harde winter voorkomt en zorgt voor verschuivingen in ecosystemen in de stad, die een meer mediterraan karakter krijgen. Warmteminnende exoten krijgen in steden zo kans om de winter te overleven en/of een voorsprong te nemen op (bepaalde) inheemse soorten. Stadswijken die oplichten op hittekaarten net degene zijn waar weinig privaat of publiek groen aanwezig is.

Uit het onderzoek blijkt dat tuinen die weinig gemaaid worden of begrensd zijn met groen ’s nachts iets koeler blijven dan andere tuinen. Nog volgens het onderzoek kan je door het gras te laten groeien, hagen te zetten en bomen te planten tuinen ruim 5 graden koeler maken (bodemtemperatuur) om zo de aircofunctie van een tuin op te drijven. Het onderzoek omschrijft parken en natuurgebieden als ‘superairco’s’ die onmisbaar worden om verkoeling te bieden aan stadsbewoners.

De onderzoekers vragen tenslotte nog aandacht voor schoolpleinen, die systematisch naar voor kwamen als de heetste plekken in de stad: op 18 juni was het op de warmste speelplaats tot 6°C warmer dan in de warmste gezinstuin. Het omvormen en vergroenen van speelplaatsen kan een grote winst betekenen, zowel voor de schoolgemeenschap als voor de omliggende wijk.

  1. De tuin als koolstofarchief

Naast het planten van bomen, is een goed bodembeheer essentieel voor de opslag van koolstof. Koolstof kan immers zeer lang opgeslagen worden in de bodem. Een oud grasland dat lang koolstof geaccumuleerd heeft, kan bijvoorbeeld meer koolstof bevatten dan een bos. Deze bodemfunctie is echter vaak onbekend en dus onbemind.

Tuinen kunnen gezien worden als een verzameling van mini-graslandjes. Uit de bodemstalen bleek dat de tuinen nu reeds meer koolstof opslaan dan vermoed werd. Met de juiste aanpak kan dat nog (veel) meer worden. De wetenschappers merken op dat tuinen zo een significante bijdrage zouden kunnen leveren om actief koolstof uit de lucht te halen.

Om die actieve koolstofopname verder te stimuleren is het aan te bevelen om meer relaxed te tuinieren, bijvoorbeeld door het gras langer te laten groeien (betere wortelgroei) en het tuinmateriaal zoals afgevallen bladeren, gemaaid gras, etc., in de tuin te verwerken en zo in de bodem te laten opslaan.

Uit de verschillende gegevens concludeerden of bevestigden de wetenschappers onderstaande tips voor aanleg en onderhoud van tuinen (en groenzones):

  • Vervang zoveel mogelijk grijs door groen
  • Baken je tuin af door een levende afsluiting (hagen, struiken, …)
  • Zet bomen in als ‘natuurlijke parasols’
  • Lui zijn brengt op (meer relaxed tuinieren, minder maaien)
  • Laat afgereden gras liggen (hou tuinmateriaal in je tuin).

Voor meer informatie verwijzen we voor de volledigheid nog naar de website van het project en het uitgebreide rapport in De Standaard.

B. Specifiek voor stad Gent en de tien locaties:

voor elke locatie maken de wetenschappers een rapport op met de belangrijkste conclusies, op basis van de meetgegevens en vragenlijsten die tijdens de campagne ingevuld moesten worden. Uit telefonisch contact met de projectleiders (d.d. 18/01/2022) bleek dat deze rapporten ‘binnenkort’ verstuurd zouden worden. Een exacte datum kon niet gegeven worden. Om een correcte wetenschappelijke interpretatie te maken van de verschillende data, wachten we dus nog op deze rapporten.

De bodemvocht meetcampagne van CurieuzeNeuzen wordt in 2022 verder gezet met een deel van de deelnemers (op 3000 van de 5000 meetpunten in 2021). Lokale besturen konden zich hier niet voor inschrijven, maar het onderzoek zal wel verder opgevolgd worden."

4. Wat plant het stadsbestuur te doen met de resultaten van deze actie? Zullen hier nog nieuwe acties uit voortvloeien? Zo ja, welke?

"Hoewel het rapport voor de 10 Gentse meetpunten ons nog bijkomend inzicht moet geven over de prestaties van de 10 locaties, wordt wel al verder gewerkt op de algemene conclusies.

De campagne toont overtuigend aan dat private tuinen belangrijk zijn voor een klimaatrobuuste stad. Dit betekent dat er verder ingezet kan/moet worden op het sensibiliseren van de burger om mee de stad te ontharden en vergroenen. Volgende concrete projecten dragen daar specifiek toe bij:

  1. De subsidie voor groendaken wordt uitgebreid tot een subsidie voor bronmaatregelen, zodat burgers ook ondersteund kunnen worden wanneer ze bijvoorbeeld een infiltratievoorziening aanleggen in hun tuin en regenwater afkoppelen. Dit vergroot immers de sponswerking van de stad.
  2. “Planten met buren”[1], een initiatief van Dienst Milieu en Klimaat waarbij buren die de handen in elkaar slaan om hun voortuin te ontharden en vergroenen door de Stad ondersteund worden. De Stad biedt ondersteuning met een gratis infosessie, een workshop geveltuin aanleggen, een voortuinadvies, een werkmateriaalkit, een draaiboek en administratieve ondersteuning.
  3. Het verder zetten van de werking van de Geveltuinbrigade werkt ook sensibiliserend over ontharding.

Er wordt verder beleidsvoorbereidend onderzoek gevoerd naar bijkomende potenties voor het ontharden van privaat domein. Daarbij zal rekening gehouden worden met de conclusies van de CurieuzeNeuzencampagne. Daarnaast werden via het Lokaal Energie en Klimaat Pact middelen voorzien om het ontharden en vergroenen van het openbaar domein te versnellen.

De beschikbare gegevens kunnen bovendien meegenomen worden bij de verdere uitwerking van het actieplan inzake de droogtestudie. De Groendienst houdt op vandaag al rekening met beschikbare gegevens rond bodemkundige toestand en grondwatertafels bij de opmaak van inrichtingsplannen en beheerplannen. Deze nieuwe gegevens kunnen dit studiewerk verder ondersteunen."

Nieuws

Stand van zaken van het aanpakken van gevaarlijke punten in Oost-Vlaanderen

Locaties waar veel ongevallen gebeuren, komen op de lijst van gevaarlijke punten te staan. Een punt wordt als ‘gevaarlijk’ benoemd zodra er minstens drie ongevallen gebeurden met letsels.

De Lijn houdt geen historisch overzicht van snelheidsmetingen bij

Heel wat Gentenaars die in de buurt van de Gentse tramlijnen wonen, worden geconfronteerd met geluidshinder. Op bepaalde delen van de routes gelden snelheidsbeperkingen. Zo is de snelheid van de tram in de Bernard Spaelaan beperkt tot 15 kilometer per uur.

Buitenlandse voertuigen stapelen parkeerboetes op

Het aantal buitenlandse wagens dat parkeerboetes blijven opstapelen blijft hoog in Gent. Dat blijkt uit cijfers die gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) opvroeg bij schepen van Mobiliteit Joris Vandenbroucke (Voor Gent).