Bepaalde gemeentes en intercommunales maken gebruik van ondergrondse containers voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (gft). De manier waarop het afval moet worden aangeboden kan echter verschillen.
Zo vraagt Intercommunale Durme-Moervaart (IDM) aan de burgers om het gft-afval los in de schuif te werpen: het gebruik van elk type zak is ten strengste verboden. EcoWerf verzoekt dan weer om het gft in een composteerbare zak in de container te plaatsen.
De zakjes waarin burgers gft-afval deponeren kunnen zorgen voor vervuiling van het verwerkte compost, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van snelle tunnelcompostering.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde minister:
- Hoe wordt het gebruik van niet-geschikte zakjes die in het gft-afval terechtkomen gemonitord? Op welke manier wordt daarover aan kennisdeling gedaan?
- Welke best practices bestaan er over het vervoer van gft-afval van de woning naar de ondergrondse containers wanneer het afval los moet worden ingeworpen?
- Verschilt het gemiddelde opgehaalde gft-afval per inwoner tussen gebieden met ondergrondse containers en gebieden waar gft-afval individueel aan huis wordt opgehaald?
Minister Brouns antwoordde:
"De manier waarop burgers het gft-afval in de ondergrondse containers mogen deponeren, hangt af van de acceptatiecriteria die de verwerkingsinstallatie hanteert. De monitoring van de kwaliteit van het gft-afval gebeurt bij het lossen van het gft-afval bij de verwerkingsinstallatie. De verwerker koppelt bij kwaliteitsproblemen terug naar het lokale bestuur zodat zij richting de burgers kan communiceren.
De Vlaamse gft-verwerkers overleggen op regelmatige basis binnen de werkgroep Kwaliteit die wordt gecoördineerd door de gecertificeerde keuringsinstelling Vlaco vzw. Binnen deze werkgroep worden kennis en ervaringen uitgewisseld rond de kwaliteit van ingezameld gft.
We raden de lokale besturen aan om niet met zakjes te werken, maar wel met keukenafvalemmertjes die de burgers ledigen in de ondergrondse gft-container. Wanneer het gft in composteerbare zakjes wordt aangeboden, is de kans op een lagere kwaliteit immers een stuk groter. Insleep van andere niet-composteerbare zakjes en extra verontreinigingen is vaak het gevolg.
Sommige lokale besturen bieden deze emmertjes zelf aan, al dan niet gratis bij opstart van de inzameling. Een alternatief voor een keukenafvalemmertje is een papieren inzamelzak: deze kan probleemloos mee met het gft worden verwerkt. Het toelaten daarvan gebeurt steeds in overleg met de verwerkingsinstallatie.
Hoofdstuk 6.2.1 van het Lokaal Materialenplan bevat een afwegingskader voor lokale besturen die voor de keuze staan om in bepaalde wijken al dan niet een brengsysteem op korte afstand (voor gft of andere afvalfracties) in te voeren.
Concrete cijfers op Vlaams niveau die verschillen duiden tussen huis-aan-huis inzameling of via ondergrondse brengsystemen, zijn niet beschikbaar. Vaak werken lokale besturen met een mix van inzamelsystemen.
Algemeen kunnen we wel stellen dat het gft-afval dat via ondergrondse inzamelsystemen ingezameld wordt, verschilt van gft-afval dat huis aan huis ingezameld wordt, en dit zowel op vlak van kwaliteit als kwantiteit. Uit ervaring met ondergrondse inzamelsystemen in Vlaanderen en in andere EU-lidstaten leren we dat de verontreinigingsgraad van het gft-afval bij brengsystemen hoger ligt dan bij huis-aan-huisinzameling. Belangrijkste oorzaak is het anonieme karakter van dit inzamelsysteem, samen met het feit dat gft-afval altijd goedkoper is voor de burger dan huisvuil (restafval).
De oorzaak is echter niet louter toe te schrijven aan de inzamelwijze. Ondergrondse brengsystemen worden meestal toegepast in sterk verstedelijkte woonkernen. De sorteerkwaliteit ligt in deze (grootstedelijke) wijken wel eens wat lager. De woningen in zo’n gebied beschikken ook minder vaak over een tuin, waardoor het gft-afval in dit gebied hoofdzakelijk keukenafval en etensresten bevat. Huis-aan-huisinzameling wordt vaak in minder dichtbevolkte gebieden toegepast; daar is het aandeel tuinafval in het gft-afval veel hoger.
Het anonieme karakter van het ondergrondse inzamelsysteem bemoeilijkt gerichte feedback naar de individuele burger bij kwaliteitsproblemen. Dit kan worden opgelost door technologische oplossingen zoals elektronische toegangsregistratie tot het inzamelrecipiënt en AI-cameracontrole op het ingeworpen gft-afval, gekoppeld aan rechtstreekse feedback aan de burger.
Een brengsysteem vereist ten slotte een bijkomende inspanning van de burger om zijn afval naar het inzamelsysteem te brengen, wat mogelijks een negatieve invloed op de participatiegraad en dus op de ingezamelde hoeveelheid per inwoner. Daarom legt het Lokaal Materialenplan op dat de loopafstand voor de burger naar brengsystemen bij voorkeur maximaal 200 meter mag bedragen.
Continue communicatie en sensibilisering inzake gft-inzameling blijft belangrijk om de kwaliteit en hoeveelheid van selectief ingezameld gft-afval op het gewenste peil te houden."