Verschillende definities van de 3-30-300 regel leiden tot onduidelijkheid

Publicatiedatum

Auteur

Stijn De Roo

Deel dit artikel

De 3-30-300-regel stelt dat je minstens 3 bomen moet kunnen zien vanuit je woning, dat er 30% bladerdek op wijkniveau aanwezig is en dat iedereen toegang krijgt tot een park of groene ruimte op maximaal 300 meter van de woonplek.

Het Gents stadsbestuur stelt de 3-30-300 op verschillende plaatsen voor als “regel”, “maatstaf”, “streefdoel”, “norm”, “concept”, “kader”, “richtsnoer”, “principe”, “kompas” en “beleidsrichting”.

Hierdoor blijft onduidelijk of de 3-30-300 in de advies- en vergunningverlening feitelijk als bindend en afdwingbaar geldt. Deze onduidelijkheid kan aanleiding geven tot een ongelijke behandeling van zowel advies- als vergunningsaanvragen. Het is daarom aangewezen dat de toepassing van de 3-30-300 voor burgers, bedrijven, verenigingen en andere betrokkenen op een duidelijke manier wordt afgebakend.

De Europese natuurherstelverordening voorziet geen 3-30-300 en de indiening van het nationale herstelplan wordt pas tegen december 2026 verwacht. De goedkeuring ervan door de Europese Commissie is voorzien tegen december 2027. Pas in 2028 worden de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie verwacht, die een richtinggevend kader zullen voorzien voor het bepalen van bevredigende niveaus van stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking.

Gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) legde daarom volgend voorstel voor aan de gemeenteraad:

  • Artikel 1: De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om - zolang er geen vertaling is van de Europese natuurherstelwet naar een Gents kader - bij de behandeling van advies- en vergunningsaanvragen de 3-30-300 niet als een weigeringsgrond te hanteren;
  • Artikel 2: De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om - zolang er geen vertaling is van de Europese natuurherstelwet naar een Gents kader - bij de inrichting van de stad de 3-30-300 niet als een dwingende of bindende bepaling te laten gelden.

De bevoegde schepen reageerde:

“Ik denk dat we het er op zich allemaal wel over eens zijn dat we beter wachten totdat de Europese verordening vertaald is in federale en Vlaamse regelgeving. Dat zal ergens in de loop van 2026 moeten gebeuren. Of waarschijnlijk begin 2027 zelfs. Tegen eind 2026 moeten de lidstaten indienen, dat zal dan ook op Vlaams niveau vertaald worden. Dan zullen we het in de loop van 2027 beter gaan weten. Tot zolang gaan wij dit inderdaad niet als een soort bindende regel gaan toepassen, want hij is er ook niet. Ik heb ook voldoende vertrouwen in de kunde en het beoordelingsvermogen van onze omgevingsambtenaren om dit telkens te doen. Ik vind dat dat ook in zijn algemeenheid iets moet zijn dat men vooral moet kijken in de richting van de goede plaatselijke ordening.

We zijn zelf bezig met een oefening om ons regelgevend kader inzake stedenbouw te vereenvoudigen. We willen een grote kuis houden van allerlei kaders die bestaan, die al dan niet verordende kracht hebben, die al dan niet door de gemeenteraad zijn goedgekeurd, die ergens zweven en hangen, enzovoort. Ik hou op zich ook niet van het idee van de beleidsmatig gewenste ontwikkeling: ofwel leg je iets vast ofwel leg je het niet vast. Ik denk dat dat een duidelijkheid is. En van die wishy-washy oplossingen, zo van “we zouden het wel willen, maar er is geen verordenend kader”, dat is niet goed.

Wat meneer De Roo eigenlijk voorstelt vandaag is een nieuwe rechtsfiguur om een nieuw ‘laagje in de lasagne’ toe te voegen. Het is beleidsmatig een niet-gewenste ontwikkeling. Het is wel heel eigenaardig om nu een beetje krampachtig te zeggen dat we het niet gaan toepassen als een soort vaste richtlijn door eigenlijk een nieuw kader daarvoor te creëren en vast te leggen wat we niet gaan doen. Dus ik denk dat dit absoluut geen goed idee is om dit nu via een motie in de gemeenteraad te doen.

We gaan gewoon blijven werken via bijvoorbeeld de kaders die er zijn in RUP’s en BPA's die dat vastgelegd hebben. En voor de rest geven we aan onze omgevingsambtenaren de richtlijn dat zij in de eerste plaats, los van allerlei niet-verordenende en niet-bindende kaders, moeten oordelen via de pragmatiek in functie van de goede ruimtelijke ordening.

Of het nu over de 3-30-300-regel gaat, die dus geen regel is, maar een concept, dan wel over al die andere kaders die niet altijd een juridische basis hebben. Ik denk dus dat het echt een verkeerd signaal zou zijn en het omgekeerde zou bewerkstelligen door dit voorstel tot raadsbesluit goed te keuren.”

Het voorstel werd weggestemd door PVDA, Voor Gent en Groen. N-VA, Vlaams Belang en cd&v stemden voor.

Stijn De Roo: “Het stadsbestuur definieert de 3-30-300 regel op verschillende manieren. Dat zorgt voor onduidelijkheid die aanleiding kan geven tot een ongelijke behandeling voor advies en vergunningsaanvragen. Met dit voorstel probeer ik net rechtszekerheid en duidelijkheid te creëren voor Gentse burgers, bedrijven en verenigingen.”

Je kan de tussenkomst van Stijn hier bekijken.

Nieuws

Nieuwe Hoge AI-raad moet Vlaams beleid rond datacenters helpen uittekenen

De Vlaamse Regering heeft beslist een Hoge AI-raad op te richten die zich onder meer zal buigen over de toekomst van datacenters in Vlaanderen. Dat blijkt na een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v).

LEZ-studie Gent pas klaar in voorjaar 2027: "Weinig geloof in een eerlijke evaluatie"

Uit informatie die gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) opvroeg bij schepen Watteeuw (Groen) blijkt dat de evaluatie van de lage-emissiezone (LEZ) pas in het voorjaar van 2027 wordt opgeleverd. Zolang die evaluatie er niet is, blijft de LEZ in de praktijk gewoon bestaan en wordt een politieke beslissing over een eventuele afschaffing vooruitgeschoven.

Opent zwembad Neptunus in 2029 de deuren?

De nood aan bijkomend zwemwater in Gent is groot. Al jaren kijkt Wondelgem en omstreken uit naar de realisatie van het nieuwe zwembad Neptunus. Dit project werd opgenomen in het bestuursakkoord van het stadsbestuur.