Op 11 februari bracht de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) het rapport “Artificiële Intelligentie op de Belgische Arbeidsmarkt” uit.
Het rapport duidt dat artificiële intelligentie stilaan ingang vindt bij onze ondernemingen: in 2025 gebruikte bijna 35% van de Belgische bedrijven minstens één vorm van AI-technologie. In twee jaar tijd ging het AI-gebruik met 20 procentpunt omhoog. Ons land blijft daarmee binnen Europa tot de koplopers behoren.
Tegelijk valt de kloof op tussen grote en kleine ondernemingen: waar grotere spelers sneller investeren en opschalen, botsen kmo’s vaker op drempels zoals beperkte middelen, tekort aan gespecialiseerde profielen en een minder ver doorgedreven digitalisering. Die kloof heeft gevolgen voor de productiviteit en de concurrentiekracht.
Bedrijven die AI al inzetten, doen dat vandaag vooral voor administratieve automatisering, werkorganisatie (zoals planning) en cyberbeveiliging. Volgens het rapport ligt een potentiële productiviteitswinst net in een bredere integratie van AI in kernprocessen zoals creatie, onderzoek & ontwikkeling en productie.
In het rapport worden verschillende redenen vermeld die ondernemingen geven om geen gebruik maken van AI. De belangrijkste belemmering is een gebrek aan expertise. Daarnaast zijn ook het ontbreken van geschikte gegevens en het gebrek aan duidelijkheid over de juridische gevolgen van het gebruik van AI de oorzaken. Ook noemen sommige ondernemingen de kostprijs als reden op.
Volgens dit rapport blijft het uiterst onzeker in hoeverre AI de productiviteit en de groei zal beïnvloeden, met een zeer ruime marge van 0,05 % tot 1,5% per jaar. Er bestaat ook grote onzekerheid over hoelang het zal duren voordat AI zich over de hele economie verspreidt. Gezien de grote onzekerheid over de ontwikkeling van artificiële intelligentie, richt het rapport zich enkel op de veranderingen die vandaag al zichtbaar zijn.
Vanuit recent wetenschappelijk onderzoek komen andere signalen naar boven over de mogelijke impact op de productiviteit en de tewerkstelling in België. Er zijn studies die erop wijzen dat de evoluties in de ontwikkeling van artificiële intelligentie tot een grotere disruptie op de arbeidsmarkt zouden kunnen leiden.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de minister-president:
- Wat is de visie van de minister-president op dit rapport en hoe evalueert hij de situatie voor Vlaanderen?
- Hoe volgt de minister-president de evoluties op het vlak van artificiële intelligentie in relatie tot onze economie en de productiviteit van onze regio?
- Hoe zet Vlaanderen in op groei en productiviteitswinsten bij ondernemingen via AI?
- Hoe verloopt de adoptie van AI door Vlaamse kmo's? Op welke manier kan de kloof tussen kleine en grote ondernemingen met betrekking tot het gebruik van AI verkleind worden?
- Is Vlaanderen voorbereid op scenario’s waarbij de impact van AI op onze economie groter is dan momenteel wordt aangenomen?
Minister-president Diependaele antwoordde:
"We hebben kennisgenomen van het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. De conclusies uit dat rapport komen sterk overeen met die van andere metingen, zoals die van de FOD Economie en de AI-barometer in Vlaanderen. We zullen zeer binnenkort communiceren over de resultaten van de Vlaamse AI-barometer, die uitgebreider zijn dan de federale en ook al sinds 2021 werden gemonitord.
De evoluties op het vlak van AI gaan razendsnel, wat opvolgen niet altijd evident maakt. Dat komt ook een beetje in uw vraagstelling naar voren: het is heel moeilijk om dat in te schatten. Met de AI-beleidsagenda hebben we het voordeel te beschikken over een structuur die ons toelaat om wendbaar in te spelen op nieuwe evoluties. De effecten van AI op onze economie worden mee opgevolgd door het Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring (ECOOM), dat ook uitvoerder is van de AI-barometer. ECOOM voert onder andere op basis van deze barometer ook bijkomend wetenschappelijk onderzoek uit op het gebied van de impact op productiviteit en de benutting van AI-technologieën. Vanuit een beleidsoogpunt zal het ook de komende jaren belangrijk zijn om de resultaten van de onderzoeken goed op te volgen.
Vlaanderen zet al sinds 2019 via de AI-beleidsagenda in op de AI-adoptie bij Vlaamse ondernemingen. AI is daarbij een middel in functie van groei en productiviteitswinsten. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) zet daarbij een brede waaier van acties in, aangezien de noden van de ondernemingen zeer sterk verschillen naargelang de AI-maturiteit. Zo zijn er nog veel ondernemingen die moeten worden georiënteerd rond de vraag wat AI voor hun bedrijf zou kunnen betekenen, terwijl de voorlopers al meer complexe en gecustomizede AI-oplossingen aan het vormgeven zijn.
De adoptie van AI door kmo’s gaat de voorbije jaren in stijgende lijn. De wijze waarop en de mate waarin die effectief meerwaarde genereert voor de bedrijven, verschilt echter sterk. Vlaanderen blijft via VLAIO dan ook inzetten op het verhogen van de AI-adoptie bij kmo’s en wil ze inzicht geven in wat AI kan betekenen. Dat gebeurt in samenwerking met de actoren uit het VLAIO-netwerk, die met steun van VLAIO een aanbod van onder andere opleidingen, inspiratiesessies, individuele begeleidingen en lerende netwerken aanbieden. Daarbij wordt steeds sterker ook de nadruk gelegd op de randvoorwaarden die cruciaal zijn voor ondernemingen om het potentieel van AI volledig te benutten. We bekijken op dit moment ook hoe we het aanbod voor innovatievolgers later dit jaar nog verder kunnen versterken via Europese middelen. De voorlopers en de innovatieve AI-start-ups blijven we intussen ondersteunen via de individuele O&O-steun bij VLAIO.
Gezien de razendsnelle evolutie rond AI is het niet evident om de toekomst in te schatten en om scenario’s te bepalen. Er bestaat bovendien ook geen eensgezindheid over de langetermijnimpact van AI. Waar sommigen deze impact als negatief inschatten, zien anderen het weer rooskleuriger. Wat vaststaat, is dat de impact van AI op de economie en samenleving significant zal zijn. De technologie biedt zonder twijfel kansen, maar we mogen uiteraard niet blind zijn voor de mogelijke negatieve effecten. Opleiding en scholing met als doel onze ondernemers, werknemers en toekomstige werknemers klaar te maken voor deze radicale shift, worden daarbij sowieso essentieel. Het is tot slot belangrijk om als overheid wendbaar te zijn en het beleidsplan AI te laten inspelen op nieuwe evoluties."
Stijn De Roo: "De evolutie op het vlak van AI gaat razendsnel. Ik stel vooral vast dat er soms iets te weinig urgentie is rond wat er zit aan te komen. Mijn oproep is vooral dat we die sense of urgency echt nodig hebben om onze economie daar klaar voor te maken. Ik hoop dat we dat niet alleen opvolgen op basis van data van wat er de afgelopen jaren is gebeurd, maar dat we ook effectief een manier vinden om als overheid vooruit te kijken en in te spelen op de kansen die er zijn, maar ook op een aantal bedreigingen die dat met zich zal meebrengen."
Je kan de vraag van Stijn hier herbekijken.