Vlaanderen blijft inzetten op de bestrijding van knolcyperus

Publicatiedatum

Auteur

Stijn De Roo

Deel dit artikel

Hardnekkige onkruiden kunnen worden verspreid door onder meer grondverzet of via landbouwmachines. Die onkruiden zorgen voor productiedalingen op landbouwpercelen en zijn voor individuele landbouwers moeilijk te bestrijden.

Knolcyperus (cyperus esculentus) is zo'n invasieve plant waarvan de vermeerdering zeer snel gebeurt. Op een perceel besmet met knolcyperus geldt een verbod op het telen van wortel-, knol- en bolgewas. Het VLAIO-project "geïntegreerde aanpak van knolcyperus" resulteerde dit jaar in een informatieve brochure voor telers. Daarin wordt benadrukt dat een goede machinehygiëne een cruciale maatregel is aangezien machines besmette grond met zich kunnen meenemen en zo knollen kunnen verspreiden. Het regelmatig reinigen van machines en apparatuur is ook opgenomen in de IPM-regelgeving.

Ook het transport van grond kan zorgen voor de verspreiding van hinderlijke invasieve planten zoals de Japanse duizendknoop.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde minister:

  1. Hoe kijkt de minister naar de resultaten van het VLAIO-project "geïntegreerde aanpak van knolcyperus"? Zijn er volgens de minister vervolgstappen nodig ter bevordering van de bestrijding van knolcyperus?
  2. Welke rol speelt Vlaanderen in het verhinderen van de verspreiding van invasieve soorten via landbouwmachines en grondverzet?
  3. Op welke manier worden de lokale besturen betrokken bij het voorkomen van het verspreiden van invasieve onkruiden?

Minister Brouns antwoordde:

"Het project ‘Geïntegreerde bestrijding van knolcyperus’ liep van 2021 tot 2025. Het project werd uitgevoerd door verschillende praktijkcentra die ons bekend zijn: Inagro, Hooibeekhoeve en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) in samenwerking met HOGENT en de Universiteit Gent.

Dit grootschalige onderzoeksproject heeft op wetenschappelijke basis een antwoord geboden op diverse vragen van landbouwers over de verspreiding, de monitoring en de bestrijding van de knolcyperus. De opgebouwde kennis werd breed gedeeld met de sector via een groot slotevent eind maart 2025, op tal van landbouwvergaderingen en recent nog tijdens de studiedag ‘Hoe bestrijden we knolcyperus samen als sector’ op 12 september in Peer. Het project was succesvol en heeft ook duidelijk vooruitgang geboekt bij de aanpak van knolcyperus. Een wondermiddel dat de problematiek in één keer oplost, is er – net zoals bij de duizendknopen – niet. Eerlijk gezegd hadden we dat ook niet verwacht.

Er zijn verschillende mogelijke vervolgstappen om de verspreiding en de bestrijding van knolcyperus verder aan te pakken. Hierover zal nog verder afgestemd worden met de betrokken organisaties en de verschillende sectoren.

Er wordt dan gedacht aan de volgende maatregelen: het blijvend inzetten op onderzoek naar bestrijdingsmethoden en gewasbeschermingsmiddelen, dit is cruciaal in de strijd tegen knolcyperus; een versterkte risicogerichte handhaving van het teeltverbod op wortel-, bol- en knolgewassen; de blijvende sensibilisering van landbouwers, vooral met het oog op het herkennen van de plant of het toepassen van de juiste voorschriften; samenwerking met de waterbeheerders, het is belangrijk om te voorkomen dat knolcyperus zich verspreidt via reinigingsslib dat bij het onderhoud van waterwegen op aangrenzende akkers terechtkomt.

Tot slot zetten we ook in op het overleg met de verwerkende industrie van wortel-, bol- en knolgewassen. Voor hen is lokale aanvoer van deze gewassen van groot belang. Het is dus cruciaal om zo veel mogelijk percelen beschikbaar te houden voor deze teelten, vrij van knolcyperus. Samen willen we nadenken over hoe we tarra kunnen beperken, of hoe tarra eventueel behandeld kan worden zodat knolcyperusknolletjes worden afgedood. Ook het beheer van tarra verdient hierbij aandacht.

Om de verspreiding te verhinderen, wordt vanuit Vlaanderen vooral gestuurd via de geïntegreerde gewasbescherming. De volgende maatregelen zijn reeds van kracht: machines en apparatuur moeten regelmatig gereinigd worden om verspreiding van schadelijke organismen zoals aaltjes of bodemgebonden ziekten en knolcyperus te voorkomen, er zijn ook verschillende maatregelen opgenomen om de verspreiding van knolcyperus te minimaliseren.

Wanneer knolcyperus op een perceel wordt vastgesteld, dienen de volgende maatregelen toegepast te worden: bewerk het perceel als laatste, reinig machines bij het verlaten van het perceel, het is niet toegelaten om grond af te voeren, pas herhaaldelijk mechanische of chemische bestrijding toe om te voorkomen dat de aantasting uitbreidt vanaf het jaar van vaststelling, en de landbouwer informeert de eventuele loonwerker van de aanwezigheid van knolcyperus zodat deze de nodige voorzorgsmaatregelen kan nemen bij het verlaten van het perceel. Het is niet toegestaan om wortel-, knol- en bolgewas te telen op een perceel besmet met knolcyperus, en het is verplicht om op een besmet perceel een passend gewas in te zaaien.

Je hoort dus dat we blijven inzetten op onderzoek en maatregelen om zowel de Japanse duizendknoop als knolcyperus in te dijken. De beide soorten zijn bijzonder hardnekkig. Zowel bestrijding als onderzoek zullen van belang blijven om met deze soorten de strijd te blijven aangaan."

Stijn De Roo: "Het is van belang om verder onderzoek te blijven voeren naar de bestrijding van knolcyperus, maar vooral ook om een pleidooi te houden om gewasbeschermingsmiddelen nog altijd in te kunnen zetten ter bestrijding van de verdere verspreiding van deze invasieve soorten. Ook moeten lokale besturen worden betrokken bij de aanpak die Vlaanderen voorziet, en hen te sensibiliseren zodat ze de onkruiden herkennen en zo verdere bestrijding mogelijk te maken."

Je kan de vraag van Stijn herbekijken op de website van het Vlaams Parlement.

Nieuws

Nieuwe Hoge AI-raad moet Vlaams beleid rond datacenters helpen uittekenen

De Vlaamse Regering heeft beslist een Hoge AI-raad op te richten die zich onder meer zal buigen over de toekomst van datacenters in Vlaanderen. Dat blijkt na een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v).

LEZ-studie Gent pas klaar in voorjaar 2027: "Weinig geloof in een eerlijke evaluatie"

Uit informatie die gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) opvroeg bij schepen Watteeuw (Groen) blijkt dat de evaluatie van de lage-emissiezone (LEZ) pas in het voorjaar van 2027 wordt opgeleverd. Zolang die evaluatie er niet is, blijft de LEZ in de praktijk gewoon bestaan en wordt een politieke beslissing over een eventuele afschaffing vooruitgeschoven.

Opent zwembad Neptunus in 2029 de deuren?

De nood aan bijkomend zwemwater in Gent is groot. Al jaren kijkt Wondelgem en omstreken uit naar de realisatie van het nieuwe zwembad Neptunus. Dit project werd opgenomen in het bestuursakkoord van het stadsbestuur.