Op 11 februari bracht de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) het rapport “Artificiële Intelligentie op de Belgische Arbeidsmarkt” uit.
Gezien de grote onzekerheid over de ontwikkeling van artificiële intelligentie (AI), richt het rapport zich op de veranderingen die vandaag al zichtbaar zijn en op de groepen van werknemers die het meest door AI zouden kunnen worden beïnvloed.
De Hoge Raad voor Werkgelegenheid komt tot de conclusie dat de gevolgen voor bepaalde specifieke groepen en individuele werknemers negatief kunnen zijn. AI kan het voor jongere werknemers in beroepen die aan AI zijn blootgesteld moeilijker maken om werk te vinden. Doordat zij instappen in de arbeidsmarkt en dus nog geen of onvoldoende ervaring hebben, zijn hun taken vooral routinematig en is hun kennis vooral theoretisch. Zij zijn daarom eenvoudiger te vervangen door AI dan ervaren werknemers. Het gevolg hiervan is dat het moeilijker kan worden voor jongeren om hun eerste stappen op de arbeidsmarkt te zetten.
Daarnaast veranderen door de opkomst van AI de vaardigheden die werknemers nodig hebben. Een groot aandeel van de werknemers zal moeten leren om AI te gebruiken en ermee samen te werken. Hiervoor hebben ze een basiskennis van AI en algemene digitale vaardigheden nodig. Ook niet-digitale skills zoals kritisch denkvermogen zijn belangrijk om met AI te kunnen werken. Echter geeft 39% van de werknemers aan dat ze hun kennis of vaardigheden rond AI-tools en -systemen nog verder moeten ontwikkelen. Vooral voor kortgeschoolde werknemers en werknemers ouder dan 50 jaar kan het gebruik van AI moeilijk zijn.
Recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de evoluties in de ontwikkeling van artificiële intelligentie tot een grotere disruptie op de arbeidsmarkt zou kunnen leiden.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde minister:
- Wat is de visie van de minister op dit rapport en hoe evalueert ze de situatie voor Vlaanderen?
- Met welke aanbevelingen in het rapport gaat de minister verder aan de slag?
- Welke aanpak voorziet de minister voor de vermelde doelgroepen in het rapport, zoals de startende, kortgeschoolde en oudere werknemers? Welke stappen plant de minister om digitale vaardigheden te verhogen?
- In hoeverre volgt de minister de evoluties op het vlak van artificiële intelligentie in relatie tot de arbeidsmarkt? Is Vlaanderen voorbereid op scenario’s waarbij de impact op de arbeidsmarkt groter is dan de veranderingen die vandaag zichtbaar zijn?
Minister Demir antwoordde:
"Het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid geeft een helder beeld: artificiële intelligentie biedt enorme kansen voor productiviteit en innovatie, en ook België, Vlaanderen inbegrepen, is bij de Europese koplopers. In 2025 gebruikte bijna 35 procent van de bedrijven al AI, en ongeveer een op de drie werknemers experimenteerde met generatieve AI. Dat is op zich heel positief, maar de raad wijst er tegelijk inderdaad wel op dat vaardigheden vandaag de grootste rem op verdere groei zijn: 39 procent van de werknemers zegt meer AI-kennis nodig te hebben, terwijl amper 14 procent al een opleiding volgde. De kansen zijn er dus zeker, maar we moeten er vooral ook voor zorgen dat bedrijven en werknemers snel over de juiste competenties beschikken om die productiviteitswinsten effectief binnen te halen. Tegelijk toont het rapport ook risico’s van de snelle AI-ontwikkeling, vooral voor starters, jongeren en administratieve of andere kwetsbare profielen.
Ik erken dat de toekomstige impact van AI op onze arbeidsmarkt ondanks alle oefeningen nog moeilijk te voorspellen is. Het rapport van de hoge raad geeft zelf aan dat er grote onzekerheid is over de ontwikkeling van AI. Om die reden heeft men zich in het rapport dan ook gericht op de veranderingen die vandaag al zichtbaar zijn.
Daarmee kom ik tot uw vraag over het opvolgen van de evoluties. Een goede monitoring van de evoluties en hun impact is zeer belangrijk. In Vlaanderen volgen we daarom via verschillende onderzoeken nauwgezet op wat de impact van AI is.
Ten eerste hebben we de Vlaamse AI-barometer. Dat is een studie die we laten uitvoeren om te zien hoe bedrijven vandaag al met artificiële intelligentie werken. De barometer bekijkt niet alleen de economische kant, maar ook wat dat betekent voor jobs: hoeveel invloed heeft AI op tewerkstelling en volgen de werknemers opleidingen daarin?
In een bredere context speelt het Steunpunt Werk ook een belangrijke rol. Dat is een tweede gegeven waarmee we ook rekening houden. Zij zijn natuurlijk het data- en expertisecentrum voor onze Vlaamse arbeidsmarkt. Hun macroprognoses geven ons een breed beeld van welke jobs en competenties Vlaanderen in de toekomst nodig heeft.
Ten derde is er de monitoring bij VDAB. Door vacatures te analyseren, volgt VDAB de evolutie van de vereiste competenties per beroep nauwgezet op. Ook de impact van artificiële intelligentie wordt zo in kaart gebracht. Structurele wijzigingen in beroepen worden dan vertaald naar Competent, de beroepennomenclatuur van VDAB.
Ten vierde houden natuurlijk ook internationale organisaties zoals de OESO en het Centre Européen pour le Développement de la Formation Professionnelle (CEDEFOP) de evolutie en de impact van AI goed in de gaten. Wij volgen hun analyses ook mee op.
Ik ben ervan overtuigd dat we de vinger aan de pols houden als het over de impact van AI gaat. We wachten niet alleen af. Uiteraard ga ik daar ook mee aan de slag. Met het opleidingsoffensief maken we werk van heel wat aanbevelingen die in het rapport werden opgenomen. Zo brengen we veel beter in kaart welke competenties vandaag en morgen nodig zijn. Via de macrocompetentieprognoses en een scherpere knelpuntberoepenlijst zorgen we ervoor dat ons opleidingsaanbod gericht is op de reële noden, de impact van AI incluis. We betrekken natuurlijk ook de sectoren en ondernemingen als partners. Zij voelen als eerste waar AI inslaat in hun processen. En wat misschien nog het belangrijkste is: we versterken mensen zelf. Met hervormde opleidingsincentives, een gerichte omscholingsmaatregel en het loopbaankrediet geven we werknemers de kans om zich tijdig te heroriënteren.
Het opleidingsoffensief is onze strategische hefboom om de kansen van AI te grijpen en de risico’s te beheersen. De aanbevelingen van het rapport gaan trouwens ook in die richting: permanente vorming versterken en de deelname verhogen. In de eerste plaats zet ik via VDAB natuurlijk sterk in op het versterken van digitale vaardigheden. Dat is gewoon essentieel. Wie vandaag werk zoekt, moet niet alleen Nederlands kennen, maar ook digitaal mee zijn, zowel om een job te vinden als om goed te kunnen starten. VDAB doet dat op verschillende manieren. VDAB werkt ook samen met lokale besturen. Als die initiatieven of events organiseren om digitale vaardigheden te versterken, dan sluiten wij daar ook op aan. Zo zorgen we ervoor dat we mensen bereiken. Naast de aanpak van VDAB brengen we ook de sectoren aan zet, via de sectorconvenants.
Er zijn dus heel wat initiatieven om een gerichte focus te houden, maar de problematiek is breed en groot. Vlaanderen gaat dus ook met de uitdaging aan de slag binnen andere beleidsdomeinen dan Werk. Vlaanderen heeft al een Vlaams Beleidsplan Artificiële Intelligentie. Het Kenniscentrum Digisprong focust op het versterken van digitale vaardigheden in het onderwijs. Het AI Expertisecentrum van Digitaal Vlaanderen promoot de inzet van artificiële intelligentie. Met de Digitale Strategie van Vlaanderen zetten we in op de digitale transformatie van de overheid.
Ik zie AI dus niet als een doemscenario. Ik denk dat we de voordelen ervan moeten binnentrekken. Het is een hefboom voor meer productiviteit, voor innovatie, voor versterkte bedrijven, maar natuurlijk is er ook aandacht voor bepaalde kwetsbare groepen."
Stijn De Roo: "Ik zie heel wat kansen voor artificiële intelligentie als het gaat over het verhogen van onze productiviteit. Het rapport zegt daarover dat er vandaag weinig of een beperkte winst qua productiviteit kan worden vastgesteld, maar die zal in de toekomst wellicht alleen maar verder toenemen. We zien dat er meer en meer een evolutie is naar werken met ‘AI-agents’, die verschillende taken en modellen kunnen combineren. Daardoor is de disruptie veel groter dan we vandaag kunnen inschatten en meten."
Je kan de vraag van Stijn hier herbekijken.