Zoeken en verdelgen van de Aziatische hoornaar blijft cruciaal

Publicatiedatum

Auteur

Stijn De Roo

Deel dit artikel

De Aziatische hoornaar is een invasieve uitheemse soort die problematisch kan zijn voor de natuur, landbouw en volksgezondheid. De Aziatische hoornaar wordt intussen aanzien als een zogenaamde "gevestigde soort".

Eind februari lanceerden het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) een oproep om deel te nemen aan een burgeronderzoek naar de effectiviteit en selectiviteit van voorjaarvallen voor koninginnen van de Aziatische hoornaar. Deze studie loopt dit jaar voor de derde en laatste keer. Burgers met een voorjaarsval wordt gevraagd hun vangsten te registreren op de website van MijnTuinlab, een citizen-science project van Kenniscentrum tuin+, KU Leuven en Natuurpunt.

Bij de oproep werd het belang van het juiste type val onderstreept, omdat vermeden moet worden dat andere insecten erdoor getroffen worden. In een artikel in VRT NWS werd vermeld dat het ANB geen voorstander is van vallen die worden verdeeld door instanties als imkersbonden of via lokale besturen.

In zijn antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) liet de bevoegde minister weten dat er wordt bekeken of er in het kader van de bestrijding van de Aziatische hoornaar drempelwaarden opgemaakt kunnen worden, waardoor bestrijdingsinspanningen gefocust zouden kunnen worden.

Stijn stelde hierover volgende opvolgvragen aan de minister:

  1. Hoe zullen de resultaten van het burgeronderzoek worden teruggekoppeld naar de deelnemers en naar de bredere bevolking?
  2. Wat is de visie van de minister op de vallen die worden verdeeld door instanties als imkersbonden of via lokale besturen? 
  3. Wat is de stand van zaken van het opmaken van drempelwaarden? Op welke manier kunnen die volgens de minister verder bijdragen aan de bestrijding van de Aziatische hoornaar?

Minister Brouns antwoordde:

"Uit de resultaten van de enquête van het Vlaams Bijeninstituut en Honeybee Valley bij negenhonderd imkers, blijkt dat een op de vijf bijenvolken, 22 procent, voor de winter is verdwenen door predatiedruk van Aziatische hoornaars. Dat is nog voor de normale wintersterfte, die traditioneel plaatsvindt vanaf december. De helft van onze Vlaamse imkers geeft aan te overwegen met imkeren te stoppen.

De verliezen liggen het hoogst bij hobby-imkers met minder dan zes kolonies, of een kleine 30 procent, en bij professionele imkers met meer dan honderd kolonies, 34 procent. Die dualiteit maakt het niet evident om uit de resultaten van de enquête zwart-witconclusies te trekken. Naar aanleiding van die enquête wordt op dit moment binnen de werkgroep vorming van het Praktijkcentrum Bijen gekeken om een extra module op te nemen in het lessenpakket voor starters om beginnende imkers te begeleiden in de bescherming van hun bijenvolken.

Daarnaast zijn binnen het Strategisch Plan Bijenteelt 2023-2027, dat deel uitmaakt van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), op 1 januari 2026 twee projecten gestart met de focus op de problematiek van de Aziatische hoornaar. Een eerste project zal volop inzetten op de implementatie van moderne en betaalbare technologie bij de opsporing van de nesten van Aziatische hoornaars. Een tweede project zal focussen op de verschillende systemen van kastbescherming op onze bijenstanden.

Het eindrapport van het project ‘Selectieve bestrijding van de Aziatische hoornaar’ formuleert een aantal aanbevelingen voor het toekomstige beleid. Ten eerste is het essentieel om te blijven investeren in sensibilisering en motivatie van imkers, burgers en overheden. Algemeen heeft het project aangetoond dat alle burgers, maar in het bijzonder onze imkers een essentiële rol kunnen spelen in een vroegtijdigere opsporing van de primaire nesten. Een blijvende inspanning in communicatie en vorming is noodzakelijk om het draagvlak op peil te houden en verdere samenwerking te kunnen stimuleren.

Ten tweede adviseert het rapport om de in 2024 en 2025 opgeleide spotters te blijven ondersteunen. Spotters zijn een cruciale schakel in de vroegtijdige detectie van nesten. Hun betrokkenheid moet actief onderhouden worden.

Ten derde blijft het zoeken en verdelgen van nesten cruciaal om tot effectieve beheersing te komen. Het doorbreken van de reproductie – door primaire en secundaire nesten zo vroeg mogelijk te detecteren en te vernietigen – is de enige structurele oplossing.

Daarnaast moet Vlaanderen resoluut inzetten op innovatie door innovatieve technieken te ondersteunen en in te zetten. Zendertechnologie, beeldherkenning en dergelijke kunnen de bestrijding efficiënter maken en de opsporing vroeger laten plaatsvinden. Het resultaat dat daarmee wordt beoogd, is duidelijk, namelijk een snellere en vroegere detectie van primaire nesten. Dat leidt tot minder secundaire nesten, minder gebruik van biociden, minder druk op bijen en andere bestuivers, minder gevaar voor burgers en lagere verdelgingskosten.

Een tweede onderzoek dat op dit ogenblik loopt, is het burgeronderzoek naar de efficiëntie van voorjaarsvangsten van koninginnen. Op basis van de resultaten van dat burgeronderzoek zal het INBO een advies opmaken met richtlijnen en aanbevelingen. Dit advies zal worden verspreid via de gebruikelijke kanalen, zoals de website van de Vlaamse administratie en via Vespa-Watch.

Naar analogie met andere vormen van bestrijding en overlastbeperking moet bij iedere methode ook rekening worden gehouden met de neveneffecten. In Europa vonden reeds verschillende veldexperimenten plaats om de efficiëntie en de impact van voorjaarsvallen te bestuderen. Tot op heden bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat dergelijke vallen een significante impact hebben op de populatiegroei. Mogelijk speelt er concurrentie tussen stichtende koninginnen, waardoor het wegvangen die concurrentie enkel zou verminderen. Anderzijds is wel duidelijk dat er heel wat bijvangst kan ontstaan van andere insecten wanneer de vallen onvoldoende selectief zijn. Ook andere insecten worden immers aangetrokken door de zoete lokstof in de vallen.

De strijd tegen de Aziatische hoornaar is dus opnieuw een uitdaging voor onze creativiteit, die wij op Europees niveau moeten aangaan. Er bestaat momenteel helaas nog geen mirakeloplossing. We moeten blijven zoeken en innoveren tot we een manier vinden om de impact van de Aziatische hoornaar tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Nestbestrijding in de buurt van bijenkasten en kasbescherming blijken momenteel maatregelen te zijn die de druk op bijenvolken kunnen verminderen.

De inspanningen die momenteel worden geleverd om de hoornaar te bestrijden, zijn reeds de norm en we zien nauwelijks impact op de snelheid waarmee de populatie aangroeit. Dat is vooral het gevolg van het sterke reproductievermogen van de soort. Dezelfde vaststelling wordt gedaan in onze buurlanden. Wetenschappers hebben ook geen zicht op waar het plateau ligt van de populatiegroei van de Aziatische hoornaar.

Zolang er geen kostenefficiënte methode bestaat om over te gaan tot een algemene bestrijding of uitroeiing van de populatie, moeten we blijven inzetten op een selectieve aanpak. Voor die selectieve aanpak zouden we kunnen werken met drempelwaarden, gebaseerd op bijvoorbeeld het aantal waargenomen nesten, het aantal koninginnen in een voorjaarsval of het aantal werksters bij een bijenkast, om vervolgens de inspanningen te concentreren op die locaties.

Zoals eerder in de commissie besproken, is mijn administratie gestart met een evaluatie van de beheerregeling. Een eerste overleg tussen de betrokken diensten heeft inmiddels plaatsgevonden. De huidige beheerregeling is nog steeds functioneel, maar beperkt zich vooral tot het faciliteren van het beheer. Dat is niet onbelangrijk, maar de regeling bevat vandaag onvoldoende duiding bij de gemaakte keuzes en geen visie voor de langere termijn. Het is nu quasi tien jaar geleden dat de Aziatische hoornaar voor het eerst in België werd waargenomen, en de soort zal hier hoogstwaarschijnlijk niet meer weg te krijgen zijn. Er is daarom nood aan een langetermijnvisie.

Een kosten-batenanalyse is in zo’n debat cruciaal, maar niet het enige aspect waarmee we rekening moeten houden. Er zijn ook andere elementen, zoals de eventuele negatieve impact van de bestrijding zelf of de mogelijke impact op de gezondheidszorg van onvoldoende bestrijding. Het doel is om te komen tot een gedragen visie en een aanpak die ook op lange termijn vol te houden is. Dat zal in overleg moeten gebeuren, samen met alle betrokken sectoren."

Stijn De Roo: "De Aziatische hoornaar blijft een grote uitdaging. Ook bijvangst in de vallen kan een probleem zijn. Je vangt natuurlijk wel een belangrijk aantal exemplaren en daardoor beperk je ook de kans op vorming van een nest. Dat is toch iets waar we beter wat proactiever zouden over communiceren en vooral ook wetenschappelijk opvolgen of het de juiste effecten heeft."

Nieuws

46% van de Gentse straatverlichting wordt 's nachts gedimd

Gent dimt sinds 1 april 2026 bijna de helft van haar straatverlichting ’s nachts tot 50%. Per maand levert dat een besparing op van ca. 13.000 euro. Dat blijkt uit informatie die gemeenteraadslid Stijn De Roo (cd&v) opvroeg bij schepen Vandenbroucke (Voor Gent). Volgens de schepen merkt niemand het verschil bij een dimregime van 50%.

Vlaams leidingwater is veilig voor consumptie

De Vlaamse overheid gebruikt gezondheidskundige advieswaarden om concentraties van schadelijke stoffen in de omgeving af te toetsen. Dergelijke gezondheidskundige risico-inschattingen gebeuren in milieugezondheidskundige aandachtsgebieden, bij incidenten of in een milieueffectrapportage (MER).

Stad Gent wil plezierhaven aan Houtdok "zo snel mogelijk realiseren"

De stad Gent en De Vlaamse Waterweg plannen een nieuwe jachthaven aan het Houtdok in Gent. Die willen ze bovendien "zo snel mogelijk" realiseren, blijkt na een vraag van gemeenteraadslid en Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) aan Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA).