Om drinkwater te produceren, maken de waterbedrijven in Vlaanderen gebruik van grondwater en oppervlaktewater. Volgens de drinkwaterbalans werd in 2020 in totaal 379 miljoen kubieke meter ruw water gewonnen. Naast de drinkwaterkwaliteit, het beheer van de infrastructuur en de prognose van de behoefte aan drinkwater, is de ruwwaterbeschikbaarheid een belangrijk aandachtspunt voor de drinkwaterbedrijven.
Een van de oplossingsrichtingen die de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) daarvoor suggereert in haar rapport ‘Drinkwatervoorziening in Vlaanderen’ uit 2019, is de ondergrondse opslag van oppervlaktewater voor gebruik tijdens drogere periodes via de zogenaamde ‘aquifer storage and recovery’ (ASR).
Via deze techniek wordt de opslagcapaciteit van de maatschappijen opgedreven. Twee drinkwatermaatschappijen werken aan een proefproject rond ASR.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) informeerde bij bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) naar haar visie op het inzetten van ASR in Vlaanderen.
De minister antwoordde dat ASR of de ondergrondse opslag van oppervlaktewater voor gebruik tijdens drogere periodes één van de actiepunten is in de strategische planning voor de waterbevoorrading. Het kunstmatig aanvullen van grondwater op momenten dat we een overschot hebben aan water, met het oog op meer water ter beschikking te hebben voor de productie van leidingwater in tijden van droogte, is een waardevolle piste omdat we zo een buffer kunnen aanleggen en het aanbod kunnen spreiden. De ondergrond moet zich lenen voor ASR. ASR kan niet overal en ook niet op een kosten-batenefficiënte wijze.
De VMM brengt alvast concreet de mogelijkheden in het kust- en poldergebied in kaart. De resultaten worden tegen de zomer verwacht.
Het bestaande VLAREM-kader (Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning) voor de kunstmatige aanvulling van grondwater moet worden aangepast zodat ook ASR-projecten mogelijk zijn. Het traject om dit aan te passen, werd al opgestart door de VMM gelet op de concrete projecten die momenteel worden onderzocht.
Er lopen proefprojecten voor de drinkwaterproductie. De Watergroep en FARYS plannen testen in Oudenaarde en Aalst om de haalbaarheid en capaciteit in te schatten. Aquaduin overweegt om een aanvraag in te dienen met bestaande putten en bouwt daarvoor verder op bestaand onderzoek. Verder lopen er ook een aantal kleinschalige testen. De Watergroep heeft in het verleden al wat testen uitgevoerd op een veelbelovende locatie, maar deze leverden geen goed resultaat op.
Een inschatting van het potentieel van ASR in Vlaanderen is nog niet beschikbaar op dit ogenblik, omdat de proefprojecten lopende zijn.
Inzake de waterkwaliteit bestaat een vooronderzoek van een ASR-project klassiek uit twee stappen. Eerst en vooral wordt de ontvangende aquifer voldoende in beeld gebracht. Als dit positief is, kan een injectieproef gebeuren waarbij een hoeveelheid water wordt geïnjecteerd en weer opgepompt. Daarbij wordt de waterkwaliteit van het opgepompte water onderzocht. Dit wordt aangevuld met wat over de aquifer geweten is, zoals analyse van sediment, gesteentemonsters en dergelijke. Op basis daarvan worden huidige en kwaliteitsveranderingen en ook veranderingen op de lange termijn bekeken en ingeschat.
De drinkwaterbedrijven hebben de verplichting om langetermijnvoorzieningsplannen op te maken en die om de zes jaar te actualiseren. Deze plannen bevatten de strategie, de visie en de investeringen om de levering van drinkwater te verzekeren. In deze plannen wordt telkens twintig jaar vooruit gekeken. Bij de opmaak van de plannen verdient ASR de nodige aandacht bij alle drinkwaterbedrijven.
Stijn De Roo: “Kunnen beschikken over voldoende en kwaliteitsvol water is essentieel.
Lange periodes van droogte, verzilting van een aantal waterbronnen, schaarste van een aantal bronnen, het niet tijdig aangevuld geraken van het grondwater hebben de afgelopen jaren toch wel de drinkwaterbevoorrading onder de aandacht gebracht.
ASR is een techniek die ervoor kan zorgen dat een zekere buffer kan aangelegd worden zonder andere bronnen te moeten aanboren en is bovendien financieel voordeliger dan andere technieken.
De proefprojecten zijn waardevol, maar gaan te traag vooruit. Ik drong bij de minister aan om spoed te zetten achter de resultaten van de proefprojecten zodat deze techniek kan ingezet worden om onze drinkwaterbevoorrading te garanderen.”
Het volledige verslag van mijn vraag om uitleg vind je hier.