Op 18 september 2025 publiceerde de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zijn advies over kritieke grondstoffenzekerheid. Daarin pleit de SERV voor een Vlaamse grondstoffenstrategie die de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen vergroot en bijdraagt tot de strategische autonomie van Vlaanderen en de Europese Unie.
Voor die strategie worden een aantal prioritaire actiedomeinen aangebracht, waaronder het versterken van de Vlaamse verwerkings- en recyclagecapaciteit. Daarbij geeft de SERV aan dat het belangrijk is dat er een Europese eenheidsmarkt voor afvalstoffen voor recyclage tot stand komt, met een verbetering van het intra-Europees grensoverschrijdende transport en het vermijden van het exporteren van grondstoffen voor recyclage naar het buitenland in het geval ze daar minder kwaliteitsvol gerecycleerd worden. De SERV vraagt onder meer aan de Vlaamse overheid om na te gaan hoe aan de voorwaarden voor optimale recyclage van kritieke en strategische grondstoffen kan worden voldaan.
Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) stelde hierover volgende vragen aan de bevoegde minister:
- Wat is de reactie van de minister op het advies van de SERV over kritieke grondstoffenzekerheid voor wat de Vlaamse verwerkings- en recyclagecapaciteit betreft?
- Op welke manier wordt er op het vlak van de Vlaamse verwerkings- en recyclagecapaciteit aan de slag gegaan met dit advies?
- Welke mogelijkheden ziet de minister om de Vlaamse verwerkings- en recyclagecapaciteit te versterken?
- Hoe zet Vlaanderen momenteel in op het vermijden van het exporteren van grondstoffen voor recyclage naar derde landen?
- Lopen er momenteel gesprekken voor het tot stand brengen van een Europese eenheidsmarkt voor afvalstoffen voor recyclage?
Minister Brouns antwoordde:
"Ik kan mij zeker vinden in dit advies van de SERV. In de beleidsnota 2024-2029 is reeds duidelijk gesteld dat het veiligstellen van de grondstoffenbevoorrading voor onze economie essentieel is. In uitvoering van de CRMA werken we aan het opstellen van een ‘nationaal programma circulariteit’, met onder meer als doel om tegen 2030 minstens 25% van de nodige kritieke grondstoffen via recyclage te bekomen. In een breder perspectief moeten we werk maken van een integrale Vlaamse strategie ter preventie van overmatig grondstoffen- en materiaalverbruik als onderdeel van de transitie naar een circulaire economie.
Binnen het beleid omtrent Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV), wordt sterk ingezet op de versterking van binnenlandse verwerkingscapaciteit. Zowel voor elektrische apparaten en batterijen als voor voertuigen (producten met veel kritieke materialen) geldt een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Met het interregionale samenwerkingsakkoord inzake UPV, zal het UPV-beleid in België worden geharmoniseerd. Een van de verplichtingen voor de beheersorganismen (zoals Recupel, Febelauto en Bebat) bestaat erin dat ze de korte recyclageketens moeten nastreven, waarbij de recyclage uitsluitend binnen de Europese Unie en maximaal in België plaatsvindt.
In de Europese verordeningen voor batterijen (Verordening EU 2023/1542) en voor voertuigen (verwachte goedkeuring begin 2026) worden recyclagedoelstellingen opgenomen voor de meest relevante kritieke materialen, evenals verplichtingen tot het inzetten van gerecycleerde kritieke materialen. In 2026 wordt de Europese richtlijn voor elektrische apparaten herzien, waarin dan ook ambitieuze doelstellingen zullen worden opgenomen voor zowel recyclage als het aandeel gerecyleerd materiaal (“recycled content”). In het kader van de UPV zullen de beheersorganismen of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid hierin een grote rol spelen. Zij zullen de recyclage van de kritische grondstoffen in hun producten, wanneer deze afgedankt worden, moeten organiseren, financieren en erover rapporteren.
Zoals ook aangegeven in mijn beleidsnota willen we momenteel het systeem van de afvalheffing hervormen tot een transparante set van enkele basistarieven. We onderzoeken daarbij of het mogelijk is om een deel van de inkomsten uit de afvalheffingen te herinvesteren in preventie en duurzame inzamel- en recyclagetechnieken, bijvoorbeeld ter continuering van het VV-steunmechanisme ‘recyclagehub’.
De export van afvalstoffen voor recyclage wordt volledig gereglementeerd door de Europese Verordening betreffende de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA, Verordening EU 2024/1157). Deze werd in 2024 volledig herzien. De bescherming van de Europese markt is een belangrijk onderdeel van de herziening. Deze verordening is rechtstreeks van toepassing en wordt dus niet omgezet in Vlaamse wetgeving, op een beperkt aantal operationele aanvullingen na. Er geldt een verbod op de export voor gevaarlijk afval, zoals afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en batterijen, naar niet-OESO-landen. Door middel van een auditplicht moeten exporteurs van niet-gevaarlijk afval kunnen aantonen dat het afval buiten de EU milieuhygiënisch verantwoord verwerkt wordt d.m.v. een auditplicht. De handhaving wordt strenger, met hogere boetes voor overtredingen.
De totstandkoming van een eengemaakte markt voor afvalstoffen zal de doelstelling zijn van de Europese Circular Economy Act. Hiervoor verwachten we een voorstel van de Europese Commissie in het najaar van 2026. We verwachten specifieke aandacht voor onder andere einde-afval-criteria en het faciliteren van intra-EU-transport van afval met oog op recyclage. Op korte termijn wil de Europese Commissie nog een pakket rond circulaire economie op tafel leggen om circulariteit en de Europese recyclagesector te steunen."